BWBR0041053
Geldig vanaf 2020-10-27
Artikel 6
Regeling kwaliteitsafspraken mbo 2019–2022
1. Een instelling dient voor de kalenderjaren 2019 tot en met 2022 een aanvraag in, in de vorm van een kwaliteitsagenda.
2. Een instelling legt in haar kwaliteitsagenda gemotiveerd vast:
a. wat zij als haar werkgebied definieert;
b. welke ontwikkelingen in dit werkgebied van belang zijn voor haar kwaliteitsagenda, waaronder de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in dit betreffende werkgebied;
c. een kwalitatieve en kwantitatieve analyse van haar uitgangssituatie (nulmeting), waaruit concrete ambities voortvloeien, die zij op opleidings- of instellingsniveau in de periode van 2019 tot en met 2022 wil bereiken;
d. welke maatregelen zij gaat nemen teneinde deze ambitie te bereiken;
e. op welke wijze de uitvoering van het kwaliteitsagenda wordt georganiseerd met inbegrip van een indicatieve planning; en
f. middels een indicatieve begroting hoe zij de aanvulling op de bekostiging wil besteden.
3. Onderdeel van de kwaliteitsagenda van een beroepscollege dat beroepsonderwijs op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel verzorgt is een onderbouwing van het ontwikkelperspectief van die instelling met het oog op de doelmatige organisatie van het onderwijs en de uitdagingen waarvoor de instelling zich de aankomende jaren gesteld gaat zien door demografische ontwikkelingen en de daarmee samenhangende studentenaantallen.
4. Een instelling besteedt in de kwaliteitsagenda in elk geval aandacht aan de in bijlage 1genoemde landelijke speerpunten en formuleert ten aanzien daarvan ambities. De instelling maakt daarbij een kwalitatieve en kwantitatieve analyse aan de hand van de elementen in bijlage 1. De instelling maakt inzichtelijk hoe zij voor deze ambities een derde deel van het investeringsbudget gaat inzetten.
5. Indien een instelling geen ambities opneemt ten aanzien van één van de in het vierde lid genoemde landelijke speerpunten motiveert zij waarom zij besloten heeft hier geen inzet op te plegen.
6. De instelling beschrijft in de kwaliteitsagenda op welke wijze zij interne en externe stakeholders heeft betrokken bij het opstellen van de kwaliteitsagenda en in hoeverre er draagvlak bestaat voor de kwaliteitsagenda. Ook wordt aantoonbaar gemaakt op welke wijze externe stakeholders actief betrokken zijn bij het uitvoeren van de kwaliteitsagenda.
7. De instelling dient de kwaliteitsagenda uiterlijk op 31 oktober 2018 in bij de minister. De minister kan een aanvraag die na 31 oktober 2018 is ingediend afwijzen.
2. Een instelling legt in haar kwaliteitsagenda gemotiveerd vast:
a. wat zij als haar werkgebied definieert;
b. welke ontwikkelingen in dit werkgebied van belang zijn voor haar kwaliteitsagenda, waaronder de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in dit betreffende werkgebied;
c. een kwalitatieve en kwantitatieve analyse van haar uitgangssituatie (nulmeting), waaruit concrete ambities voortvloeien, die zij op opleidings- of instellingsniveau in de periode van 2019 tot en met 2022 wil bereiken;
d. welke maatregelen zij gaat nemen teneinde deze ambitie te bereiken;
e. op welke wijze de uitvoering van het kwaliteitsagenda wordt georganiseerd met inbegrip van een indicatieve planning; en
f. middels een indicatieve begroting hoe zij de aanvulling op de bekostiging wil besteden.
3. Onderdeel van de kwaliteitsagenda van een beroepscollege dat beroepsonderwijs op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel verzorgt is een onderbouwing van het ontwikkelperspectief van die instelling met het oog op de doelmatige organisatie van het onderwijs en de uitdagingen waarvoor de instelling zich de aankomende jaren gesteld gaat zien door demografische ontwikkelingen en de daarmee samenhangende studentenaantallen.
4. Een instelling besteedt in de kwaliteitsagenda in elk geval aandacht aan de in bijlage 1genoemde landelijke speerpunten en formuleert ten aanzien daarvan ambities. De instelling maakt daarbij een kwalitatieve en kwantitatieve analyse aan de hand van de elementen in bijlage 1. De instelling maakt inzichtelijk hoe zij voor deze ambities een derde deel van het investeringsbudget gaat inzetten.
5. Indien een instelling geen ambities opneemt ten aanzien van één van de in het vierde lid genoemde landelijke speerpunten motiveert zij waarom zij besloten heeft hier geen inzet op te plegen.
6. De instelling beschrijft in de kwaliteitsagenda op welke wijze zij interne en externe stakeholders heeft betrokken bij het opstellen van de kwaliteitsagenda en in hoeverre er draagvlak bestaat voor de kwaliteitsagenda. Ook wordt aantoonbaar gemaakt op welke wijze externe stakeholders actief betrokken zijn bij het uitvoeren van de kwaliteitsagenda.
7. De instelling dient de kwaliteitsagenda uiterlijk op 31 oktober 2018 in bij de minister. De minister kan een aanvraag die na 31 oktober 2018 is ingediend afwijzen.