BWBR0041553
Geldig vanaf 2018-11-17
Artikel 12
Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019–2022
1. Onderwijsinstellingen en arbeidsorganisaties werken samen in samenwerkingsverbanden om duurzame publiek-private samenwerking in het beroepsonderwijs vorm te geven en uit te voeren.
2. Het samenwerkingsverband kan bestaan uit:
a. één of meer onderwijsinstellingen;
b. één of meer arbeidsorganisaties;
c. het georganiseerd bedrijfsleven;
d. één of meer O&O-fondsen;
e. één of meer regionale overheden;
f. één of meer andere instellingen voor beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.4.1 van de wet;
g. één of meer scholen voor voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, als bedoeld in artikel 2.22 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
h. één of meer instellingen voor hoger onderwijs, als bedoeld in artikel 1.2, onderdeel a, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; of
i. andere partijen die bijdragen aan de verbetering van de aansluiting van het middelbaar beroepsonderwijs op de behoefte van de arbeidsmarkt.
3. In een samenwerkingsverband werken in ieder geval één onderwijsinstelling en in ieder geval één arbeidsorganisatie samen.
4. Arbeidsorganisaties die nog niet deelnemen aan een samenwerkingsverband kunnen daartoe de wens kenbaar maken bij de onderwijsinstelling in het betreffende samenwerkingsverband. De onderwijsinstelling draagt er in dat geval in redelijkheid zorg voor dat de arbeidsorganisatie in de gelegenheid wordt gesteld om deel te nemen aan het samenwerkingsverband, met inachtneming van de voorschriften van de regeling.
2. Het samenwerkingsverband kan bestaan uit:
a. één of meer onderwijsinstellingen;
b. één of meer arbeidsorganisaties;
c. het georganiseerd bedrijfsleven;
d. één of meer O&O-fondsen;
e. één of meer regionale overheden;
f. één of meer andere instellingen voor beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.4.1 van de wet;
g. één of meer scholen voor voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, als bedoeld in artikel 2.22 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
h. één of meer instellingen voor hoger onderwijs, als bedoeld in artikel 1.2, onderdeel a, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; of
i. andere partijen die bijdragen aan de verbetering van de aansluiting van het middelbaar beroepsonderwijs op de behoefte van de arbeidsmarkt.
3. In een samenwerkingsverband werken in ieder geval één onderwijsinstelling en in ieder geval één arbeidsorganisatie samen.
4. Arbeidsorganisaties die nog niet deelnemen aan een samenwerkingsverband kunnen daartoe de wens kenbaar maken bij de onderwijsinstelling in het betreffende samenwerkingsverband. De onderwijsinstelling draagt er in dat geval in redelijkheid zorg voor dat de arbeidsorganisatie in de gelegenheid wordt gesteld om deel te nemen aan het samenwerkingsverband, met inachtneming van de voorschriften van de regeling.