BWBR0039769
Geldig vanaf 2017-07-14
Artikel 72
Regeling uitvoering GMO groenten en fruit 2017
1. Ter uitvoering van artikel 31, vierde lid, van verordening 2017/891toont de producentenorganisatie het gebruik van duurzame productiemiddelen aan met behulp van gebruiksadministraties per productiemiddel, tenzij de producentenorganisatie het gebruik van het productiemiddel op andere wijze aantoont ten genoegen van de minister.
2. De producentenorganisatie geeft bij de indiening van het operationeel programma aan op welke wijze de gebruiksadministratie, bedoeld in het eerste lid gevoerd gaat worden.
3. De gebruiksadministratie, bedoeld in het eerste lid registreert minimaal de volgende elementen:
a. het jaar;
b. het project;
c. de locatie;
d. het soort productiemiddel;
e. de aanschafdatum;
f. de leverancier, het merk, het type, het serienummer of registratienummer;
g. de hoeveelheid bewerkt of voorbereid product per dag waarvoor de producentenorganisatie is erkend;
h. de hoeveelheid bewerkt of voorbereid product per dag waarvoor de producentenorganisatie niet is erkend, en
i. de totale hoeveelheid bewerkt of voorbereid product per dag.
4. De hoeveelheden bewerkt of voorbereid product, bedoeld in het derde lid, onderdelen g tot en met i, worden geregistreerd op:
a. productstromen op locatieniveau in geval van distributiecentra en gebouwen;
b. palletregistraties in geval van koelcellen, of
c. stuks, collie of kilogramregistraties, in geval van sorteerlijnen en verpakkingsmachines.
5. De gebruiksadministratie wordt bij de indiening van de steunaanvraag, geaggregeerd per maand aan de minister overgelegd.
6. De minister kan, op eigen initiatief of op verzoek van een producentenorganisatie besluiten, in afwijking van het tweede, derde en vierde lid, andere voorschriften te stellen aan de gebruiksadministratie.
2. De producentenorganisatie geeft bij de indiening van het operationeel programma aan op welke wijze de gebruiksadministratie, bedoeld in het eerste lid gevoerd gaat worden.
3. De gebruiksadministratie, bedoeld in het eerste lid registreert minimaal de volgende elementen:
a. het jaar;
b. het project;
c. de locatie;
d. het soort productiemiddel;
e. de aanschafdatum;
f. de leverancier, het merk, het type, het serienummer of registratienummer;
g. de hoeveelheid bewerkt of voorbereid product per dag waarvoor de producentenorganisatie is erkend;
h. de hoeveelheid bewerkt of voorbereid product per dag waarvoor de producentenorganisatie niet is erkend, en
i. de totale hoeveelheid bewerkt of voorbereid product per dag.
4. De hoeveelheden bewerkt of voorbereid product, bedoeld in het derde lid, onderdelen g tot en met i, worden geregistreerd op:
a. productstromen op locatieniveau in geval van distributiecentra en gebouwen;
b. palletregistraties in geval van koelcellen, of
c. stuks, collie of kilogramregistraties, in geval van sorteerlijnen en verpakkingsmachines.
5. De gebruiksadministratie wordt bij de indiening van de steunaanvraag, geaggregeerd per maand aan de minister overgelegd.
6. De minister kan, op eigen initiatief of op verzoek van een producentenorganisatie besluiten, in afwijking van het tweede, derde en vierde lid, andere voorschriften te stellen aan de gebruiksadministratie.