BWBR0039769
Geldig vanaf 2017-07-14
Artikel 67
Regeling uitvoering GMO groenten en fruit 2017
1. De producentenorganisatie houdt ter onderbouwing van de gewerkte uren, bedoeld in punt twee, onderdeel b, van bijlage III van verordening 2017/891, een volledige urenadministratie bij die minimaal één keer per maand geparafeerd en gedateerd wordt door:
a. de betreffende medewerker, en
b. de projectleider of leidinggevende.
2. Op verzoek van de minister overlegt de producentenorganisatie de urenadministratie bedoeld in het eerste lid.
3. De medewerker, bedoeld in het eerste lid onderdeel a, mag niet dezelfde persoon zijn als de projectleider of leidinggevende, bedoeld in het eerste lid onderdeel b.
4. De urenadministratie, bedoeld in het eerste lid:
a. wordt bijgehouden gedurende het hele kalenderjaar of voor de duur van de arbeidsovereenkomst van de medewerker wiens inzet wordt toegerekend aan een subsidiabele activiteit;
b. omvat alle uren waarvoor de betreffende medewerker een arbeidscontract heeft, waaronder de uren die niet worden toegerekend aan subsidiabele activiteiten;
c. bevat een korte en duidelijke omschrijving van ter uitvoering van de subsidiabele activiteit verrichte werkzaamheden, en
d. geeft duidelijk weer voor hoeveel uren de betreffende medewerker wordt ingezet: 1°. per activiteit, en
2°. voor niet-subsidiabele activiteiten.
1°. per activiteit, en
2°. voor niet-subsidiabele activiteiten.
5. De minister kan, in afwijking van het vierde lid, onderdeel d, op verzoek van een producentenorganisatie schriftelijk toestemming verlenen om de onderverdeling, bedoeld in het derde lid, onderdeel d, te maken aan de hand van een andere deugdelijke onderbouwing.
6. Indien managers of leidinggevenden uren maken ter uitvoering van een activiteit blijkt uit de urenadministratie, bedoeld in het eerste lid, dat managementactiviteiten en beheersmatige activiteiten niet zijn toegerekend aan subsidiabele activiteiten.
7. Het aantal uren waarvoor in de steunaanvraag per activiteit steun wordt aangevraagd overschrijdt niet het aantal uren dat ingevolge de goedkeuring van het operationeel programma of het verzoek tot wijziging daarvan voor deze activiteit is goedgekeurd.
a. de betreffende medewerker, en
b. de projectleider of leidinggevende.
2. Op verzoek van de minister overlegt de producentenorganisatie de urenadministratie bedoeld in het eerste lid.
3. De medewerker, bedoeld in het eerste lid onderdeel a, mag niet dezelfde persoon zijn als de projectleider of leidinggevende, bedoeld in het eerste lid onderdeel b.
4. De urenadministratie, bedoeld in het eerste lid:
a. wordt bijgehouden gedurende het hele kalenderjaar of voor de duur van de arbeidsovereenkomst van de medewerker wiens inzet wordt toegerekend aan een subsidiabele activiteit;
b. omvat alle uren waarvoor de betreffende medewerker een arbeidscontract heeft, waaronder de uren die niet worden toegerekend aan subsidiabele activiteiten;
c. bevat een korte en duidelijke omschrijving van ter uitvoering van de subsidiabele activiteit verrichte werkzaamheden, en
d. geeft duidelijk weer voor hoeveel uren de betreffende medewerker wordt ingezet: 1°. per activiteit, en
2°. voor niet-subsidiabele activiteiten.
1°. per activiteit, en
2°. voor niet-subsidiabele activiteiten.
5. De minister kan, in afwijking van het vierde lid, onderdeel d, op verzoek van een producentenorganisatie schriftelijk toestemming verlenen om de onderverdeling, bedoeld in het derde lid, onderdeel d, te maken aan de hand van een andere deugdelijke onderbouwing.
6. Indien managers of leidinggevenden uren maken ter uitvoering van een activiteit blijkt uit de urenadministratie, bedoeld in het eerste lid, dat managementactiviteiten en beheersmatige activiteiten niet zijn toegerekend aan subsidiabele activiteiten.
7. Het aantal uren waarvoor in de steunaanvraag per activiteit steun wordt aangevraagd overschrijdt niet het aantal uren dat ingevolge de goedkeuring van het operationeel programma of het verzoek tot wijziging daarvan voor deze activiteit is goedgekeurd.