BWBR0039769
Geldig vanaf 2017-07-14
Artikel 110
Regeling uitvoering GMO groenten en fruit 2017
1. Uitgaven voor investeringen in het kader van het programma ‘Kas als Energiebron’ of ‘Het nieuwe telen’ zijn subsidiabel indien:
a. de specificatie van de investering een reductie van het energieverbruik uit fossiele brandstoffen of energie ingekocht op het net van minimaal 15% geeft;
b. het gaat om installaties ten behoeve van semi-gesloten kassen die een combinatie vormen van: 1°. buitenluchtaanzuiging in combinatie met een tweede beweegbaar energiescherm;
2°. energiebesparend ventilatiesysteem met warmteterugwinning of voorverwarming;
3°. luchtbehandelingsystemen ter ontvochtiging van lucht;
4°. hogedrukvernevelingsysteem met een adiabatische koeling waarbij de druppelgrootte 5 tot maximaal 15 micron bedraagt;
5°. warmtewisselingsysteem;
6°. warmtepomp;
7°. seizoensopslagsysteem voor warmte en koude;
8°. warmtebuffertank;
9°. tweede energiescherm, waarbij de energiebesparing met het doek dicht minimaal 45% bedraagt;
10°. eerste energiescherm voor bedrijven met een verbruik van minder dan 25 Nm3 aardgasequivalent/m2, waarbij de energiebesparing met het doek dicht minimaal 35% bedraagt, of
11°. gevelscherm, waarbij de energiebesparing met het scherm dicht minimaal 40% bedraagt.
1°. buitenluchtaanzuiging in combinatie met een tweede beweegbaar energiescherm;
2°. energiebesparend ventilatiesysteem met warmteterugwinning of voorverwarming;
3°. luchtbehandelingsystemen ter ontvochtiging van lucht;
4°. hogedrukvernevelingsysteem met een adiabatische koeling waarbij de druppelgrootte 5 tot maximaal 15 micron bedraagt;
5°. warmtewisselingsysteem;
6°. warmtepomp;
7°. seizoensopslagsysteem voor warmte en koude;
8°. warmtebuffertank;
9°. tweede energiescherm, waarbij de energiebesparing met het doek dicht minimaal 45% bedraagt;
10°. eerste energiescherm voor bedrijven met een verbruik van minder dan 25 Nm3 aardgasequivalent/m2, waarbij de energiebesparing met het doek dicht minimaal 35% bedraagt, of
11°. gevelscherm, waarbij de energiebesparing met het scherm dicht minimaal 40% bedraagt.
2. In afwijking van het eerste lid kan de minister in uitzonderlijke gevallen een reductie van het energieverbruik uit fossiele brandstoffen of energie ingekocht op het net van minimaal 7% toestaan, indien de activiteit andere milieuvoordelen waarborgt.
3. Het scherm, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 9 tot en met 11, is geen scherm voor lichtafscherming.
4. De vervanging van bestaande schermen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 9 tot en met 11, is niet subsidiabel.
a. de specificatie van de investering een reductie van het energieverbruik uit fossiele brandstoffen of energie ingekocht op het net van minimaal 15% geeft;
b. het gaat om installaties ten behoeve van semi-gesloten kassen die een combinatie vormen van: 1°. buitenluchtaanzuiging in combinatie met een tweede beweegbaar energiescherm;
2°. energiebesparend ventilatiesysteem met warmteterugwinning of voorverwarming;
3°. luchtbehandelingsystemen ter ontvochtiging van lucht;
4°. hogedrukvernevelingsysteem met een adiabatische koeling waarbij de druppelgrootte 5 tot maximaal 15 micron bedraagt;
5°. warmtewisselingsysteem;
6°. warmtepomp;
7°. seizoensopslagsysteem voor warmte en koude;
8°. warmtebuffertank;
9°. tweede energiescherm, waarbij de energiebesparing met het doek dicht minimaal 45% bedraagt;
10°. eerste energiescherm voor bedrijven met een verbruik van minder dan 25 Nm3 aardgasequivalent/m2, waarbij de energiebesparing met het doek dicht minimaal 35% bedraagt, of
11°. gevelscherm, waarbij de energiebesparing met het scherm dicht minimaal 40% bedraagt.
1°. buitenluchtaanzuiging in combinatie met een tweede beweegbaar energiescherm;
2°. energiebesparend ventilatiesysteem met warmteterugwinning of voorverwarming;
3°. luchtbehandelingsystemen ter ontvochtiging van lucht;
4°. hogedrukvernevelingsysteem met een adiabatische koeling waarbij de druppelgrootte 5 tot maximaal 15 micron bedraagt;
5°. warmtewisselingsysteem;
6°. warmtepomp;
7°. seizoensopslagsysteem voor warmte en koude;
8°. warmtebuffertank;
9°. tweede energiescherm, waarbij de energiebesparing met het doek dicht minimaal 45% bedraagt;
10°. eerste energiescherm voor bedrijven met een verbruik van minder dan 25 Nm3 aardgasequivalent/m2, waarbij de energiebesparing met het doek dicht minimaal 35% bedraagt, of
11°. gevelscherm, waarbij de energiebesparing met het scherm dicht minimaal 40% bedraagt.
2. In afwijking van het eerste lid kan de minister in uitzonderlijke gevallen een reductie van het energieverbruik uit fossiele brandstoffen of energie ingekocht op het net van minimaal 7% toestaan, indien de activiteit andere milieuvoordelen waarborgt.
3. Het scherm, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 9 tot en met 11, is geen scherm voor lichtafscherming.
4. De vervanging van bestaande schermen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 9 tot en met 11, is niet subsidiabel.