BWBR0039769
Geldig vanaf 2017-07-14
Artikel 206
Regeling uitvoering GMO groenten en fruit 2017
1. Een producentenorganisatie die in enig jaar een goedgekeurd operationeel programma uitvoert kan de minister uiterlijk op de volgende data om betaling van een voorschot als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van verordening 2017/891verzoeken:
a. eerste voorschot: 31 januari;
b. tweede voorschot: 31 mei, en
c. derde voorschot: 30 september
2. In een verzoek om een voorschot als bedoeld in het eerste lid wordt:
a. het bedrag van het verzochte voorschot genoemd, en
b. een onderbouwing opgenomen aan de hand van een reële raming van de verwachte uitgaven.
3. Een producentenorganisatie die om een voorschot als bedoeld in het eerste lid verzoekt, is ook verplicht om voor de tweede en derde termijn van het betreffende jaar een voorschot te verzoeken.
4. Ten behoeve van ieder volgend voorschot toont de producentenorganisatie aan dat de eerdere voorschotten en de overeenkomstige bijdrage van de producentenorganisatie daadwerkelijk zijn besteed door de volgende bewijsstukken betreffende het kwartaal voorafgaand aan het kwartaal waarvoor het voorschot wordt gevraagd te overleggen aan de minister:
a. de kwartaalrapportage, en
b. de detailstaat betalingen en afschrijvingen.
5. De producentenorganisatie laat een extern accountant een controle uitvoeren op de juistheid van de bedragen opgenomen in de bewijsstukken, bedoeld in het vierde lid.
6. De in het eerste en tweede lid bedoelde accountant stelt op basis van de door hem uitgevoerde controle, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld model, een controleverklaring op en waarmerkt de in het vierde lid bedoelde bewijsstukken.
7. De bewijsstukken, bedoeld in het vierde en zesde lid, worden gelijktijdig met het verzoek, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, aan de minister overlegd.
a. eerste voorschot: 31 januari;
b. tweede voorschot: 31 mei, en
c. derde voorschot: 30 september
2. In een verzoek om een voorschot als bedoeld in het eerste lid wordt:
a. het bedrag van het verzochte voorschot genoemd, en
b. een onderbouwing opgenomen aan de hand van een reële raming van de verwachte uitgaven.
3. Een producentenorganisatie die om een voorschot als bedoeld in het eerste lid verzoekt, is ook verplicht om voor de tweede en derde termijn van het betreffende jaar een voorschot te verzoeken.
4. Ten behoeve van ieder volgend voorschot toont de producentenorganisatie aan dat de eerdere voorschotten en de overeenkomstige bijdrage van de producentenorganisatie daadwerkelijk zijn besteed door de volgende bewijsstukken betreffende het kwartaal voorafgaand aan het kwartaal waarvoor het voorschot wordt gevraagd te overleggen aan de minister:
a. de kwartaalrapportage, en
b. de detailstaat betalingen en afschrijvingen.
5. De producentenorganisatie laat een extern accountant een controle uitvoeren op de juistheid van de bedragen opgenomen in de bewijsstukken, bedoeld in het vierde lid.
6. De in het eerste en tweede lid bedoelde accountant stelt op basis van de door hem uitgevoerde controle, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld model, een controleverklaring op en waarmerkt de in het vierde lid bedoelde bewijsstukken.
7. De bewijsstukken, bedoeld in het vierde en zesde lid, worden gelijktijdig met het verzoek, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, aan de minister overlegd.