BWBR0039769
Geldig vanaf 2017-07-14
Artikel 39
Regeling uitvoering GMO groenten en fruit 2017
1. De producentenorganisatie kan bij de bepaling van de waarde van de afgezette productie van de producentenorganisatie de waarde van de afgezette productie van leden in aanmerking nemen die:
a. gedurende de referentieperiode, bedoeld in artikel 36, voor de producten waarvoor de producentenorganisatie is erkend waren aangesloten bij een andere in Nederland erkende producentenorganisatie, en
b. na de referentieperiode, bedoeld in artikel 36, voor de producten waarvoor de producentenorganisatie is erkend tot de producentenorganisatie zijn toegetreden, voor zover deze leden voldoen aan het vereiste van artikel 23, tweede lid, van verordening 2017/891.
2. De waarde van de afgezette productie van de leden, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts door de nieuwe producentenorganisatie in aanmerking genomen indien de producentenorganisatie waar de producent was aangesloten gedurende de referentieperiode, bedoeld in artikel 36, de nieuwe producentenorganisatie uiterlijk op 15 november van het jaar waarvoor de waarde van de afgezette productie bepaald wordt een overzicht verstrekt van de waarde van de voor het individuele lid afgezette producten waarvoor het lid bij de nieuwe producentenorganisatie is aangesloten, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld model.
3. Indien de waarde van de afgezette productie van een lid als bedoeld in het eerste lid niet in aanmerking is genomen bij de bepaling van de waarde van de afgezette productie van de producentenorganisatie waar de producent was aangesloten gedurende de referentieperiode, bedoeld in artikel36, is artikel 40, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
a. gedurende de referentieperiode, bedoeld in artikel 36, voor de producten waarvoor de producentenorganisatie is erkend waren aangesloten bij een andere in Nederland erkende producentenorganisatie, en
b. na de referentieperiode, bedoeld in artikel 36, voor de producten waarvoor de producentenorganisatie is erkend tot de producentenorganisatie zijn toegetreden, voor zover deze leden voldoen aan het vereiste van artikel 23, tweede lid, van verordening 2017/891.
2. De waarde van de afgezette productie van de leden, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts door de nieuwe producentenorganisatie in aanmerking genomen indien de producentenorganisatie waar de producent was aangesloten gedurende de referentieperiode, bedoeld in artikel 36, de nieuwe producentenorganisatie uiterlijk op 15 november van het jaar waarvoor de waarde van de afgezette productie bepaald wordt een overzicht verstrekt van de waarde van de voor het individuele lid afgezette producten waarvoor het lid bij de nieuwe producentenorganisatie is aangesloten, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld model.
3. Indien de waarde van de afgezette productie van een lid als bedoeld in het eerste lid niet in aanmerking is genomen bij de bepaling van de waarde van de afgezette productie van de producentenorganisatie waar de producent was aangesloten gedurende de referentieperiode, bedoeld in artikel36, is artikel 40, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.