BWBR0039769
Geldig vanaf 2017-07-14
Artikel 25
Regeling uitvoering GMO groenten en fruit 2017
1. Een producentenorganisatie kan haar leden slechts toestemming als bedoeld in artikel 12 van verordening 2017/891verlenen indien deze mogelijkheid in haar statuten is opgenomen.
2. Indien een producentenorganisatie haar leden toestaat gebruik te maken van de uitzondering, bedoeld in artikel 12 van verordening 2017/891, stelt de producentenorganisatie voorschriften vast inzake:
a. de procedure voor verlening van de toestemming;
b. de algemene voorwaarden voor verlening van de toestemming, bedoeld in artikel 12 van verordening 2017/891, en
c. de rapportageverplichtingen bij het gebruik van de toestemming.
3. Een producentenorganisatie verleent toestemming als bedoeld in het eerste lid jaarlijks schriftelijk en per individueel geval voordat gebruik wordt gemaakt van de uitzondering, bedoeld in artikel 12 van verordening 2017/891.
4. Indien een producentenorganisatie aan een toestemming als bedoeld in het eerste lid specifieke voorwaarden verbindt, worden deze voorwaarden in de toestemming vermeld.
5. Een marginaal deel van het volume van de verhandelbare productie, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel b, van verordening 2017/891, bedraagt maximaal 5 procent van het volume van de verhandelbare productie van de producentenorganisatie.
6. Producten die normaliter niet onder de handelsactiviteiten van de producentenorganisatie vallen, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel c, van verordening 2017/891, zijn:
a. producten die niet onder het gebruikelijke productassortiment van de producentenorganisatie vallen, terwijl deze producten wel onderwerp zijn van de erkenning, of
b. producten welke gewoonlijk wel door de producentenorganisatie worden verkocht, maar door teeltmethode of variëteit afwijken van het gangbare productenpakket.
7. Een producentenorganisatie kan in een situatie, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel c, van verordening 2017/891, een lid toestaan om maximaal 40%, qua volume of qua waarde, van de productie buiten de producentenorganisatie om af te zetten, zoals bedoeld in artikel 12, tweede lid, van verordening 2017/891, indien:
a. dat lid producten teelt onder licentie van een andere producentenorganisatie;
b. de verkooprechten met betrekking tot die producten exclusief bij die andere producentenorganisatie liggen, en
c. de producten waarop de toestemming betrekking heeft uitsluitend via die andere producentenorganisatie worden afgezet.
2. Indien een producentenorganisatie haar leden toestaat gebruik te maken van de uitzondering, bedoeld in artikel 12 van verordening 2017/891, stelt de producentenorganisatie voorschriften vast inzake:
a. de procedure voor verlening van de toestemming;
b. de algemene voorwaarden voor verlening van de toestemming, bedoeld in artikel 12 van verordening 2017/891, en
c. de rapportageverplichtingen bij het gebruik van de toestemming.
3. Een producentenorganisatie verleent toestemming als bedoeld in het eerste lid jaarlijks schriftelijk en per individueel geval voordat gebruik wordt gemaakt van de uitzondering, bedoeld in artikel 12 van verordening 2017/891.
4. Indien een producentenorganisatie aan een toestemming als bedoeld in het eerste lid specifieke voorwaarden verbindt, worden deze voorwaarden in de toestemming vermeld.
5. Een marginaal deel van het volume van de verhandelbare productie, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel b, van verordening 2017/891, bedraagt maximaal 5 procent van het volume van de verhandelbare productie van de producentenorganisatie.
6. Producten die normaliter niet onder de handelsactiviteiten van de producentenorganisatie vallen, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel c, van verordening 2017/891, zijn:
a. producten die niet onder het gebruikelijke productassortiment van de producentenorganisatie vallen, terwijl deze producten wel onderwerp zijn van de erkenning, of
b. producten welke gewoonlijk wel door de producentenorganisatie worden verkocht, maar door teeltmethode of variëteit afwijken van het gangbare productenpakket.
7. Een producentenorganisatie kan in een situatie, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel c, van verordening 2017/891, een lid toestaan om maximaal 40%, qua volume of qua waarde, van de productie buiten de producentenorganisatie om af te zetten, zoals bedoeld in artikel 12, tweede lid, van verordening 2017/891, indien:
a. dat lid producten teelt onder licentie van een andere producentenorganisatie;
b. de verkooprechten met betrekking tot die producten exclusief bij die andere producentenorganisatie liggen, en
c. de producten waarop de toestemming betrekking heeft uitsluitend via die andere producentenorganisatie worden afgezet.