BWBR0039769
Geldig vanaf 2017-07-14
Artikel 145
Regeling uitvoering GMO groenten en fruit 2017
1. Uitgaven van de producentenorganisatie ten behoeve van ontwikkeling en verbetering van intrinsieke producteigenschappen of nieuwe producten, inclusief personeelskosten, zijn subsidiabel wanneer het gaat om licenties voor het recht op het gebruik van zaden en plantgoed ten behoeve van nieuwe rassen indien de producentenorganisatie door middel van contracten of andere schriftelijke bescheiden aantoont dat het ras gedurende de looptijd van het project slechts op een vooraf vastgestelde hoeveelheid areaal wordt geproduceerd.
2. Uitgaven als bedoeld in het eerste lid voor een volledige overname van een licentie en de kosten van aankoop van het zaad en het plantgoed zijn niet subsidiabel.
3. Uitgaven als bedoeld in het eerste lid, die identiek zijn aan eerdere uitgaven van de producentenorganisatie, zijn uitsluitend subsidiabel indien zij zijn gedaan binnen 4 jaar na de factuurdatum van de laatste factuur voor die eerdere uitgaven.
4. De producentenorganisatie overlegt jaarlijks bij de indiening van de steunaanvraag aan de minister, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar middel, een overzicht betreffende de planten die met gebruikmaking van de zaden en het plantgoed, bedoeld in het eerste lid, zijn geteeld.
5. De producentenorganisatie overlegt bij de indiening van de steunaanvraag voor het laatste uitvoeringsjaar van het operationeel programma aan de minister, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel, het resultaat van de evaluatie waaruit blijkt hoe de producentenorganisatie zich in de markt met het betreffende ras heeft onderscheiden.
6. De producentenorganisatie beschikt over de afleverbonnen voor de zaden en het plantgoed, bedoeld in het eerste lid en overlegt deze desgevraagd aan de minister.
2. Uitgaven als bedoeld in het eerste lid voor een volledige overname van een licentie en de kosten van aankoop van het zaad en het plantgoed zijn niet subsidiabel.
3. Uitgaven als bedoeld in het eerste lid, die identiek zijn aan eerdere uitgaven van de producentenorganisatie, zijn uitsluitend subsidiabel indien zij zijn gedaan binnen 4 jaar na de factuurdatum van de laatste factuur voor die eerdere uitgaven.
4. De producentenorganisatie overlegt jaarlijks bij de indiening van de steunaanvraag aan de minister, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar middel, een overzicht betreffende de planten die met gebruikmaking van de zaden en het plantgoed, bedoeld in het eerste lid, zijn geteeld.
5. De producentenorganisatie overlegt bij de indiening van de steunaanvraag voor het laatste uitvoeringsjaar van het operationeel programma aan de minister, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel, het resultaat van de evaluatie waaruit blijkt hoe de producentenorganisatie zich in de markt met het betreffende ras heeft onderscheiden.
6. De producentenorganisatie beschikt over de afleverbonnen voor de zaden en het plantgoed, bedoeld in het eerste lid en overlegt deze desgevraagd aan de minister.