BWBR0035054
Geldig vanaf 2014-04-24
Artikel 26
Regeling regionaal investeringsfonds mbo
1. De financiële verantwoording geschiedt in de jaarverslaggeving, bedoeld in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, zoals behorende bij de richtlijn RJ660, alinea 212, zoals vastgesteld door de Raad van de Jaarverslaggeving (model G2), met dien verstande dat daarbij tevens de niet bestede middelen worden vermeld. De verwerking van niet-bestede middelen geschiedt in dat geval in de jaarrekening van het laatste jaar van besteding. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening bevat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de subsidie.
2. Naast de financiële verantwoording, bedoeld in het eerste lid, toont de subsidieontvanger aan de hand van het eindverslag aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
3. Het eindverslag bevat een overzicht van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten. Het verslag bevat, voor zover van toepassing, een analyse van verschillen tussen de voorgenomen activiteiten en beoogde resultaten, vermeld in het activiteitenplan, en de feitelijke realisatie.
4. Het eindverslag wordt binnen tien weken na afloop van de subsidieperiode gezonden aan de minister.
5. De minister stelt de subsidie vast binnen 52 weken na ontvangst van het jaarverslag over het laatste jaar van besteding.
6. Indien het totaal van de daadwerkelijk gerealiseerde cofinanciering meer bedraagt dan twee derde deel van de meerjarenbegroting, wordt, indien in het eindverslag wordt aangetoond dat het project succesvol is afgerond, de hoogte van het subsidiebedrag vastgesteld, voor zover het bedrag is besteed aan de doelstellingen van het project, omschreven in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 13, op een derde deel van de meerjarenbegroting.
2. Naast de financiële verantwoording, bedoeld in het eerste lid, toont de subsidieontvanger aan de hand van het eindverslag aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
3. Het eindverslag bevat een overzicht van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten. Het verslag bevat, voor zover van toepassing, een analyse van verschillen tussen de voorgenomen activiteiten en beoogde resultaten, vermeld in het activiteitenplan, en de feitelijke realisatie.
4. Het eindverslag wordt binnen tien weken na afloop van de subsidieperiode gezonden aan de minister.
5. De minister stelt de subsidie vast binnen 52 weken na ontvangst van het jaarverslag over het laatste jaar van besteding.
6. Indien het totaal van de daadwerkelijk gerealiseerde cofinanciering meer bedraagt dan twee derde deel van de meerjarenbegroting, wordt, indien in het eindverslag wordt aangetoond dat het project succesvol is afgerond, de hoogte van het subsidiebedrag vastgesteld, voor zover het bedrag is besteed aan de doelstellingen van het project, omschreven in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 13, op een derde deel van de meerjarenbegroting.