BWBR0035054
Geldig vanaf 2014-04-24
Artikel 10
Regeling regionaal investeringsfonds mbo
1. Voor subsidieverstrekking op grond van artikel 8, eerste lid, geldt als voorwaarde dat er sprake is van cofinanciering door de partijen in het samenwerkingsverband.
2. De subsidie voor de publiek-private samenwerking, bedoeld in artikel 8, vierde lid, bedraagt ten hoogste één derde deel van de meerjarenbegroting.
3. De cofinanciering door de arbeidsorganisatie, het georganiseerd bedrijfsleven en O&O-fondsen, bedraagt ten minste één derde en ten hoogste twee derde deel van de meerjarenbegroting en is in geld of in geld waardeerbaar.
4. De cofinanciering door de partijen in het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 9, derde lid, onder a, e tot en met h, en vierde lid, alsmede de onderwijsinstelling bedraagt ten hoogste één derde deel van de meerjarenbegroting en is in geld of is een bijdrage die in geld waardeerbaar is. De cofinanciering door een onderwijsinstelling is uitsluitend in geld.
5. Onder cofinanciering wordt niet begrepen:
a. de reguliere kosten van de arbeidsorganisatie voor de begeleiding van de student gedurende de beroepspraktijkvorming; en
b. de vergoeding voor de student in de beroepspraktijkvorming in de beroepsopleidende leerweg dan wel de beroepsbegeleidende leerweg.
2. De subsidie voor de publiek-private samenwerking, bedoeld in artikel 8, vierde lid, bedraagt ten hoogste één derde deel van de meerjarenbegroting.
3. De cofinanciering door de arbeidsorganisatie, het georganiseerd bedrijfsleven en O&O-fondsen, bedraagt ten minste één derde en ten hoogste twee derde deel van de meerjarenbegroting en is in geld of in geld waardeerbaar.
4. De cofinanciering door de partijen in het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 9, derde lid, onder a, e tot en met h, en vierde lid, alsmede de onderwijsinstelling bedraagt ten hoogste één derde deel van de meerjarenbegroting en is in geld of is een bijdrage die in geld waardeerbaar is. De cofinanciering door een onderwijsinstelling is uitsluitend in geld.
5. Onder cofinanciering wordt niet begrepen:
a. de reguliere kosten van de arbeidsorganisatie voor de begeleiding van de student gedurende de beroepspraktijkvorming; en
b. de vergoeding voor de student in de beroepspraktijkvorming in de beroepsopleidende leerweg dan wel de beroepsbegeleidende leerweg.