BWBR0035054
Geldig vanaf 2014-04-24
Artikel 16
Regeling regionaal investeringsfonds mbo
1. De subsidieaanvraag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, kan tevens een aanvraag tot subsidie voor het doelmatiger organiseren van het opleidingenaanbod omvatten.
2. Onder het doelmatiger organiseren van het opleidingenaanbod wordt in ieder geval verstaan:
a. het in onderling overleg afbouwen van een beroepsopleiding door één van de onderwijsinstellingen, bedoeld in artikel 17, eerste lid;
b. het overdragen van beroepsopleidingen tussen onderwijsinstellingen; of
c. het gezamenlijk aanbieden van beroepsopleidingen door onderwijsinstellingen.
3. Indien de subsidieaanvraag een aanvraag tot subsidie voor het doelmatiger organiseren van het opleidingenaanbod omvat, wordt het regionaal visiedocument, bedoeld in artikel 12, zodanig uitgebreid dat tevens blijkt op welke wijze de taakverdeling is vormgegeven tussen de onderwijsinstellingen betreffende het aanbod en de toegankelijkheid van beroepsopleidingen binnen de regio. Uit dit document blijkt ook de relevantie voor de arbeidsmarkt volgend uit de uitkomst van de afstemming met relevante partijen in de regio, zoals onderwijsinstellingen, arbeidsorganisaties en regionale overheden.
4. Bij de aanvraag voor het doelmatiger organiseren van het opleidingenaanbod, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval gevoegd:
a. een plan van aanpak waaruit blijkt dat de aanvraag samenhangt met de publiek-private samenwerking en waarin wordt beschreven aan de hand van een activiteitenplanning en een taakverdeling hoe het opleidingenaanbod doelmatiger wordt georganiseerd;
b. een meerjarenbegroting waaruit blijkt op welke wijze de gevraagde subsidie en de cofinanciering, bedoeld in artikel 17, vierde lid, wordt besteed; en
c. een samenwerkingsovereenkomst die door de onderwijsinstellingen, bedoeld in artikel 17, eerste lid, is ondertekend, waarin in ieder geval de financiële afspraken tussen onderwijsinstellingen zijn geregeld.
5. Onverminderd het eerste lid kan een onderwijsinstelling waarvan een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 11in een eerdere aanvraagperiode is gehonoreerd, in een latere aanvraagperiode een aanvraag indienen tot subsidie voor het doelmatiger organiseren van het opleidingenaanbod. Het derde en vierde lid zijn van toepassing op de betreffende aanvraag.
2. Onder het doelmatiger organiseren van het opleidingenaanbod wordt in ieder geval verstaan:
a. het in onderling overleg afbouwen van een beroepsopleiding door één van de onderwijsinstellingen, bedoeld in artikel 17, eerste lid;
b. het overdragen van beroepsopleidingen tussen onderwijsinstellingen; of
c. het gezamenlijk aanbieden van beroepsopleidingen door onderwijsinstellingen.
3. Indien de subsidieaanvraag een aanvraag tot subsidie voor het doelmatiger organiseren van het opleidingenaanbod omvat, wordt het regionaal visiedocument, bedoeld in artikel 12, zodanig uitgebreid dat tevens blijkt op welke wijze de taakverdeling is vormgegeven tussen de onderwijsinstellingen betreffende het aanbod en de toegankelijkheid van beroepsopleidingen binnen de regio. Uit dit document blijkt ook de relevantie voor de arbeidsmarkt volgend uit de uitkomst van de afstemming met relevante partijen in de regio, zoals onderwijsinstellingen, arbeidsorganisaties en regionale overheden.
4. Bij de aanvraag voor het doelmatiger organiseren van het opleidingenaanbod, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval gevoegd:
a. een plan van aanpak waaruit blijkt dat de aanvraag samenhangt met de publiek-private samenwerking en waarin wordt beschreven aan de hand van een activiteitenplanning en een taakverdeling hoe het opleidingenaanbod doelmatiger wordt georganiseerd;
b. een meerjarenbegroting waaruit blijkt op welke wijze de gevraagde subsidie en de cofinanciering, bedoeld in artikel 17, vierde lid, wordt besteed; en
c. een samenwerkingsovereenkomst die door de onderwijsinstellingen, bedoeld in artikel 17, eerste lid, is ondertekend, waarin in ieder geval de financiële afspraken tussen onderwijsinstellingen zijn geregeld.
5. Onverminderd het eerste lid kan een onderwijsinstelling waarvan een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 11in een eerdere aanvraagperiode is gehonoreerd, in een latere aanvraagperiode een aanvraag indienen tot subsidie voor het doelmatiger organiseren van het opleidingenaanbod. Het derde en vierde lid zijn van toepassing op de betreffende aanvraag.