BWBR0035054
Geldig vanaf 2014-04-24
Artikel 23
Regeling regionaal investeringsfonds mbo
1. De minister neemt een beslissing over de subsidieverlening op basis van het advies van de beoordelingscommissie.
2. Indien het totaal van de aanvragen, bedoeld in artikel 11, verhoogd met de aanvragen voor subsidie voor het doelmatiger organiseren van het opleidingenaanbod, bedoeld in artikel 16, eerste lid, dat voldoet aan de voorwaarden van deze regeling het subsidieplafond voor een aanvraagperiode van het betreffende kalenderjaar, bedoeld in artikel 4, overschrijdt, wijst de minister op basis van de rangschikking, bedoeld in artikel 22, één of meer aanvragen af. Indien na toepassing van het eerste lid, aanvragen op een gelijke positie worden gerangschikt en slechts één van de aanvragen kan worden gehonoreerd, beslist de minister op basis van loting.
3. De minister besluit uiterlijk binnen zestien weken na de sluitingsdatum van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 18. Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 20, vijfde lid, wordt de beslistermijn van de eerste volzin verlengd met ten hoogste vier weken.
4. Indien de minister niet tijdig een beslissing neemt, deelt hij de aanvrager mee binnen welke termijn de beslissing wel tegemoet kan worden gezien.
5. Indien de minister een aanvraag afwijst, omdat deze niet voldoet aan artikel 20, zesde lid, kan de aanvrager de aanvraag nog eenmaal in een later tijdvak indienen. De eerste volzin is niet van toepassing op aanvragen die in het laatste tijdvak worden ingediend.
6. Indien een aanvraag als bedoeld in artikel 16, vijfde lid, voor elk van de criteria van artikel 21, eerste lid, voldoende wordt beoordeeld, wordt deze aanvraag gehonoreerd. Het subsidieplafond voor de betreffende aanvraagperiode van een kalenderjaar wordt verminderd met het totaal van de subsidieaanspraken op grond van de eerste volzin, voordat toepassing wordt gegeven aan het tweede lid.
2. Indien het totaal van de aanvragen, bedoeld in artikel 11, verhoogd met de aanvragen voor subsidie voor het doelmatiger organiseren van het opleidingenaanbod, bedoeld in artikel 16, eerste lid, dat voldoet aan de voorwaarden van deze regeling het subsidieplafond voor een aanvraagperiode van het betreffende kalenderjaar, bedoeld in artikel 4, overschrijdt, wijst de minister op basis van de rangschikking, bedoeld in artikel 22, één of meer aanvragen af. Indien na toepassing van het eerste lid, aanvragen op een gelijke positie worden gerangschikt en slechts één van de aanvragen kan worden gehonoreerd, beslist de minister op basis van loting.
3. De minister besluit uiterlijk binnen zestien weken na de sluitingsdatum van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 18. Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 20, vijfde lid, wordt de beslistermijn van de eerste volzin verlengd met ten hoogste vier weken.
4. Indien de minister niet tijdig een beslissing neemt, deelt hij de aanvrager mee binnen welke termijn de beslissing wel tegemoet kan worden gezien.
5. Indien de minister een aanvraag afwijst, omdat deze niet voldoet aan artikel 20, zesde lid, kan de aanvrager de aanvraag nog eenmaal in een later tijdvak indienen. De eerste volzin is niet van toepassing op aanvragen die in het laatste tijdvak worden ingediend.
6. Indien een aanvraag als bedoeld in artikel 16, vijfde lid, voor elk van de criteria van artikel 21, eerste lid, voldoende wordt beoordeeld, wordt deze aanvraag gehonoreerd. Het subsidieplafond voor de betreffende aanvraagperiode van een kalenderjaar wordt verminderd met het totaal van de subsidieaanspraken op grond van de eerste volzin, voordat toepassing wordt gegeven aan het tweede lid.