BWBR0035054
Geldig vanaf 2014-04-24
Artikel 20
Regeling regionaal investeringsfonds mbo
1. De beoordelingscommissie beoordeelt de aanvragen voor de publiek-private samenwerking die voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in hoofdstuk 2, paragraaf 1.
2. Indien de aanvrager dit op prijs stelt, stelt de beoordelingscommissie het samenwerkingsverband in de gelegenheid de aanvraag mondeling toe te lichten.
3. Een subsidieaanvraag wordt door de beoordelingscommissie beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
a. verbetering aansluiting beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt;
b. samenwerking en draagvlak;
c. uitvoerbaarheid en haalbaarheid;
d. duurzaamheid; en
e. financiering.
4. De criteria, bedoeld in het derde lid, zijn nader uitgewerkt in een beoordelingskader, dat als bijlage 1bij deze regeling is gevoegd.
5. Indien een aanvraag naar het oordeel van de beoordelingscommissie op één van de criteria, bedoeld in het derde lid, bijna voldoende scoort, kan de beoordelingscommissie, mits het subsidieplafond voor de betreffende aanvraagperiode nog niet is bereikt, de minister adviseren de aanvrager in de gelegenheid te stellen de aanvraag ten aanzien van dit criterium aan te vullen. De periode waarin de aanvrager in de gelegenheid wordt gesteld de aanvraag aan te vullen, bedraagt ten hoogste tien werkdagen. De beoordelingscommissie beoordeelt of de aanvraag, met inbegrip van die aanvulling, alsnog tot een voldoende oordeel leidt voor het betreffende criterium. Het vierde lid is van toepassing.
6. Aanvragen dienen, zo nodig na toepassing van het vijfde lid, voor elk van de criteria, bedoeld in het derde lid, minimaal voldoende te zijn beoordeeld om in aanmerking te komen voor toekenning.
2. Indien de aanvrager dit op prijs stelt, stelt de beoordelingscommissie het samenwerkingsverband in de gelegenheid de aanvraag mondeling toe te lichten.
3. Een subsidieaanvraag wordt door de beoordelingscommissie beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
a. verbetering aansluiting beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt;
b. samenwerking en draagvlak;
c. uitvoerbaarheid en haalbaarheid;
d. duurzaamheid; en
e. financiering.
4. De criteria, bedoeld in het derde lid, zijn nader uitgewerkt in een beoordelingskader, dat als bijlage 1bij deze regeling is gevoegd.
5. Indien een aanvraag naar het oordeel van de beoordelingscommissie op één van de criteria, bedoeld in het derde lid, bijna voldoende scoort, kan de beoordelingscommissie, mits het subsidieplafond voor de betreffende aanvraagperiode nog niet is bereikt, de minister adviseren de aanvrager in de gelegenheid te stellen de aanvraag ten aanzien van dit criterium aan te vullen. De periode waarin de aanvrager in de gelegenheid wordt gesteld de aanvraag aan te vullen, bedraagt ten hoogste tien werkdagen. De beoordelingscommissie beoordeelt of de aanvraag, met inbegrip van die aanvulling, alsnog tot een voldoende oordeel leidt voor het betreffende criterium. Het vierde lid is van toepassing.
6. Aanvragen dienen, zo nodig na toepassing van het vijfde lid, voor elk van de criteria, bedoeld in het derde lid, minimaal voldoende te zijn beoordeeld om in aanmerking te komen voor toekenning.