BWBR0035054
Geldig vanaf 2014-04-24
Artikel 17
Regeling regionaal investeringsfonds mbo
1. Bij de aanvraag zijn, in afwijking van artikel 11, tweede lid, ten minste twee onderwijsinstellingen betrokken, waarbij ten minste één onderwijsinstelling partij is van het samenwerkingsverband.
2. De subsidieaanvraag heeft in ieder geval betrekking op dezelfde kwalificatie of dezelfde kwalificaties en de beroepsopleiding of beroepsopleidingen, bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdeel e.
3. De subsidie bedraagt maximaal één derde deel van de meerjarenbegroting, bedoeld in artikel 16, vierde lid, onderdeel b.
4. Voor subsidieverstrekking op grond van artikel 16is vereist dat er sprake is van cofinanciering door de onderwijsinstellingen, bedoeld in het eerste lid. De cofinanciering bedraagt minimaal twee derde deel van de meerjarenbegroting voor het doelmatiger organiseren van het opleidingenaanbod, bedoeld in artikel 16, vierde lid, onderdeel b, in geld of in geld waardeerbaar, van de subsidieaanvraag. De arbeidsorganisatie, bedoeld in artikel 9, tweede lid, of één van de andere partijen, bedoeld in artikel 9, derde lid, kunnen een bijdrage leveren in de cofinanciering.
5. De subsidie bedraagt ten hoogste € 500.000,– per subsidieaanvraag.
6. De subsidie is niet bestemd voor:
a. kosten voor ontslag dan wel voor uitkeringen van gewezen personeelsleden van de betreffende onderwijsinstellingen, als gevolg van dit voorstel; of
b. kosten voor nieuwbouw, verbouw of leegstand van gebouwen.
2. De subsidieaanvraag heeft in ieder geval betrekking op dezelfde kwalificatie of dezelfde kwalificaties en de beroepsopleiding of beroepsopleidingen, bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdeel e.
3. De subsidie bedraagt maximaal één derde deel van de meerjarenbegroting, bedoeld in artikel 16, vierde lid, onderdeel b.
4. Voor subsidieverstrekking op grond van artikel 16is vereist dat er sprake is van cofinanciering door de onderwijsinstellingen, bedoeld in het eerste lid. De cofinanciering bedraagt minimaal twee derde deel van de meerjarenbegroting voor het doelmatiger organiseren van het opleidingenaanbod, bedoeld in artikel 16, vierde lid, onderdeel b, in geld of in geld waardeerbaar, van de subsidieaanvraag. De arbeidsorganisatie, bedoeld in artikel 9, tweede lid, of één van de andere partijen, bedoeld in artikel 9, derde lid, kunnen een bijdrage leveren in de cofinanciering.
5. De subsidie bedraagt ten hoogste € 500.000,– per subsidieaanvraag.
6. De subsidie is niet bestemd voor:
a. kosten voor ontslag dan wel voor uitkeringen van gewezen personeelsleden van de betreffende onderwijsinstellingen, als gevolg van dit voorstel; of
b. kosten voor nieuwbouw, verbouw of leegstand van gebouwen.