BWBR0020764
Geldig vanaf 31-10-2010
Artikel 4:73
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. Levensverzekeringsovereenkomsten die aan de leningverstrekkende financiële onderneming in pand zijn gegeven, worden tot maximaal de afkoopwaarde van de levensverzekeringspolis als toelaatbare kredietprotectie aangemerkt, indien:
a. de levensverzekeringsovereenkomst openlijk in pand is gegeven of is overgedragen aan de leningverstrekkende financiële onderneming en de pandgeving of overdracht juridisch rechtsgeldig en afdwingbaar in alle op het tijdstip van de sluiting van de leningsovereenkomst relevante jurisdicties is;
b. de onderneming waarbij de levensverzekering is gesloten, in kennis is gesteld van de pandgeving of overdracht en als gevolg daarvan onder de overeenkomst te betalen bedragen niet kan uitkeren zonder de toestemming van de leningverstrekkende financiële onderneming;
c. de aangegeven afkoopwaarde niet verminderbaar is en wordt aangegeven door de onderneming waarbij de levensverzekering is gesloten;
d. de leningverstrekkende financiële onderneming het recht heeft de overeenkomst op te zeggen en zo spoedig mogelijk de afkoopwaarde te ontvangen, in het geval de leningnemer in gebreke blijft;
e. de leningverstrekkende financiële onderneming in kennis wordt gesteld wanneer de verzekeringnemer verzuimt betalingen onder de overeenkomst te verrichten;
f. de kredietprotectie voor de gehele looptijd van de lening geldt, respectievelijk het uit de verzekeringsovereenkomst voortvloeiende bedrag de financiële onderneming tot het einde van de looptijd van de kredietovereenkomst als zekerheid dient;
g. er niet om betaling van de afkoopwaarde kan worden verzocht zonder de toestemming van de kredietinstelling;
h. op de onderneming waarbij de levensverzekering is afgesloten afdeling 3.5.5 van de Wet en titel I, afdeling 11B, van de Faillissementswet van toepassing zijn en deze onderneming onder toezicht staat op grond van de wet dan wel onder toezicht staat van een bevoegde autoriteit van een staat die geen lidstaat is, mits die derde staat beschikt over een stelsel van regelgeving en toezicht dat ten minste gelijkwaardig is aan de stelsels die in de Europese Economische Ruimte worden toegepast op basis van de herziene richtlijn banken en de herziene richtlijn kapitaaltoereikendheid;
i. artikel 4:80 van overeenkomstige toepassing is op de levensverzekeringsovereenkomst.
2. Onder de standaardbenadering zijn, afhankelijk van het risicogewicht van een preferente ongedekte vordering op de onderneming waarbij de levensverzekering is afgesloten, de risicogewichten van het deel van de vorderingen dat door de actuele aankoopwaarde van de in onderpand gegeven levensverzekeringsovereenkomsten als volgt:
a. 20%, indien het risicogewicht van een preferente ongedekte vordering op de onderneming waarbij de levensverzekering is afgesloten 20% bedraagt;
b. 35%, indien het risicogewicht van een preferente ongedekte vordering op de onderneming waarbij de levensverzekering is afgesloten 50% bedraagt;
c. 70%, indien het risicogewicht van een preferente ongedekte vordering op de onderneming waarbij de levensverzekering is afgesloten 100% bedraagt; of
d. 150%, indien het risicogewicht van een preferente ongedekte vordering op de onderneming waarbij de levensverzekering is afgesloten 150% bedraagt.
3. Onder de interne rating benadering (IRB) wordt aan het deel van de vordering dat wordt gedekt door de actuele afkoopwaarde van aan de leningverstrekkende financiële instelling in pand gegeven levensverzekeringsovereenkomsten een LGD van 40% toegekend, tenzij hierop eigen LGD-ramingen van toepassing zijn.
4. Indien de vordering in andere valuta luidt dan de afkoopwaarde van de levensverzekering, wordt de actuele afkoopwaarde verminderd in overeenstemming met artikel 4:93, eerste lid, onder a, waarbij de waarde van de kredietprotectie gelijk is aan de actuele waarde van de levensverzekeringsovereenkomst.
a. de levensverzekeringsovereenkomst openlijk in pand is gegeven of is overgedragen aan de leningverstrekkende financiële onderneming en de pandgeving of overdracht juridisch rechtsgeldig en afdwingbaar in alle op het tijdstip van de sluiting van de leningsovereenkomst relevante jurisdicties is;
b. de onderneming waarbij de levensverzekering is gesloten, in kennis is gesteld van de pandgeving of overdracht en als gevolg daarvan onder de overeenkomst te betalen bedragen niet kan uitkeren zonder de toestemming van de leningverstrekkende financiële onderneming;
c. de aangegeven afkoopwaarde niet verminderbaar is en wordt aangegeven door de onderneming waarbij de levensverzekering is gesloten;
d. de leningverstrekkende financiële onderneming het recht heeft de overeenkomst op te zeggen en zo spoedig mogelijk de afkoopwaarde te ontvangen, in het geval de leningnemer in gebreke blijft;
e. de leningverstrekkende financiële onderneming in kennis wordt gesteld wanneer de verzekeringnemer verzuimt betalingen onder de overeenkomst te verrichten;
f. de kredietprotectie voor de gehele looptijd van de lening geldt, respectievelijk het uit de verzekeringsovereenkomst voortvloeiende bedrag de financiële onderneming tot het einde van de looptijd van de kredietovereenkomst als zekerheid dient;
g. er niet om betaling van de afkoopwaarde kan worden verzocht zonder de toestemming van de kredietinstelling;
h. op de onderneming waarbij de levensverzekering is afgesloten afdeling 3.5.5 van de Wet en titel I, afdeling 11B, van de Faillissementswet van toepassing zijn en deze onderneming onder toezicht staat op grond van de wet dan wel onder toezicht staat van een bevoegde autoriteit van een staat die geen lidstaat is, mits die derde staat beschikt over een stelsel van regelgeving en toezicht dat ten minste gelijkwaardig is aan de stelsels die in de Europese Economische Ruimte worden toegepast op basis van de herziene richtlijn banken en de herziene richtlijn kapitaaltoereikendheid;
i. artikel 4:80 van overeenkomstige toepassing is op de levensverzekeringsovereenkomst.
2. Onder de standaardbenadering zijn, afhankelijk van het risicogewicht van een preferente ongedekte vordering op de onderneming waarbij de levensverzekering is afgesloten, de risicogewichten van het deel van de vorderingen dat door de actuele aankoopwaarde van de in onderpand gegeven levensverzekeringsovereenkomsten als volgt:
a. 20%, indien het risicogewicht van een preferente ongedekte vordering op de onderneming waarbij de levensverzekering is afgesloten 20% bedraagt;
b. 35%, indien het risicogewicht van een preferente ongedekte vordering op de onderneming waarbij de levensverzekering is afgesloten 50% bedraagt;
c. 70%, indien het risicogewicht van een preferente ongedekte vordering op de onderneming waarbij de levensverzekering is afgesloten 100% bedraagt; of
d. 150%, indien het risicogewicht van een preferente ongedekte vordering op de onderneming waarbij de levensverzekering is afgesloten 150% bedraagt.
3. Onder de interne rating benadering (IRB) wordt aan het deel van de vordering dat wordt gedekt door de actuele afkoopwaarde van aan de leningverstrekkende financiële instelling in pand gegeven levensverzekeringsovereenkomsten een LGD van 40% toegekend, tenzij hierop eigen LGD-ramingen van toepassing zijn.
4. Indien de vordering in andere valuta luidt dan de afkoopwaarde van de levensverzekering, wordt de actuele afkoopwaarde verminderd in overeenstemming met artikel 4:93, eerste lid, onder a, waarbij de waarde van de kredietprotectie gelijk is aan de actuele waarde van de levensverzekeringsovereenkomst.
- Citeren als
- Art. 4:73
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl