BWBR0020764
Geldig vanaf 20-12-2007
Artikel 4:8
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. Verbonden rekeningen van verschillende relaties kunnen door een leningverstrekkende financiële onderneming op de balans met elkaar worden verrekend, indien is voldaan aan één van de volgende voorwaarden:
a. het creditsaldo wordt bij afzonderlijke overeenkomst formeel aan de financiële onderneming verpand tot zekerheid voor het debetsaldo; of
b. de leningverstrekkende financiële onderneming heeft de bevoegdheid zich tegenover de crediteur te allen tijde ten volle te kwijten door haar vordering op de debiteur aan de crediteur te cederen; of
c. ten aanzien van het debet- en creditsaldo geldt dat: 1°. het debetsaldo voor rekening en risico van de crediteur loopt, respectievelijk de crediteur zich borg stelt voor de debiteur, respectievelijk de crediteur hoofdelijk schuldenaar naast de debiteur is; en
2°. het creditsaldo wordt formeel aan de leningverstrekkende financiële onderneming verpand tot zekerheid voor de op de crediteur rustende verplichting uit hoofde van de desbetreffende constructie onder 1°.
1°. het debetsaldo voor rekening en risico van de crediteur loopt, respectievelijk de crediteur zich borg stelt voor de debiteur, respectievelijk de crediteur hoofdelijk schuldenaar naast de debiteur is; en
2°. het creditsaldo wordt formeel aan de leningverstrekkende financiële onderneming verpand tot zekerheid voor de op de crediteur rustende verplichting uit hoofde van de desbetreffende constructie onder 1°.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, onder 2°., is geen pandovereenkomst vereist indien op de verhouding tussen de financiële onderneming en de wederpartij algemene voorwaarden van toepassing zijn, die reeds in een zodanige verpanding voorzien, mits de juridische effectiviteit van die voorwaarden is gewaarborgd.
a. het creditsaldo wordt bij afzonderlijke overeenkomst formeel aan de financiële onderneming verpand tot zekerheid voor het debetsaldo; of
b. de leningverstrekkende financiële onderneming heeft de bevoegdheid zich tegenover de crediteur te allen tijde ten volle te kwijten door haar vordering op de debiteur aan de crediteur te cederen; of
c. ten aanzien van het debet- en creditsaldo geldt dat: 1°. het debetsaldo voor rekening en risico van de crediteur loopt, respectievelijk de crediteur zich borg stelt voor de debiteur, respectievelijk de crediteur hoofdelijk schuldenaar naast de debiteur is; en
2°. het creditsaldo wordt formeel aan de leningverstrekkende financiële onderneming verpand tot zekerheid voor de op de crediteur rustende verplichting uit hoofde van de desbetreffende constructie onder 1°.
1°. het debetsaldo voor rekening en risico van de crediteur loopt, respectievelijk de crediteur zich borg stelt voor de debiteur, respectievelijk de crediteur hoofdelijk schuldenaar naast de debiteur is; en
2°. het creditsaldo wordt formeel aan de leningverstrekkende financiële onderneming verpand tot zekerheid voor de op de crediteur rustende verplichting uit hoofde van de desbetreffende constructie onder 1°.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, onder 2°., is geen pandovereenkomst vereist indien op de verhouding tussen de financiële onderneming en de wederpartij algemene voorwaarden van toepassing zijn, die reeds in een zodanige verpanding voorzien, mits de juridische effectiviteit van die voorwaarden is gewaarborgd.
- Citeren als
- Art. 4:8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl