BWBR0020764
Geldig vanaf 01-01-2007
Artikel 4:61
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
Kortlopende vorderingen als bedoeld in het vorige artikel, worden uitsluitend voor kredietrisicovermindering in aanmerking genomen indien aan de volgende voorwaarden in het kader van de rechtszekerheid is voldaan:
a. de juridische constructie op grond waarvan de zekerheid wordt verstrekt, is deugdelijk en effectief en waarborgt dat de leninggever duidelijke rechten heeft op de opbrengsten;
b. de financiële onderneming heeft voldoende juridisch onderzoek gedaan dat de afdwingbaarheid van de in onderdeel a bedoelde zekerheidsovereenkomsten in alle relevante jurisdicties bevestigt;
c. de financiële onderneming onderneemt alle stappen die noodzakelijk zijn om te waarborgen dat de leningverstrekker een voorrangsrecht op de zekerheid kan doen gelden, met dien verstande dat dit voorrangsrecht wel ondergeschikt mag zijn aan de wettelijke rechten van preferente crediteuren;
d. de zekerheidsovereenkomsten zijn adequaat gedocumenteerd en er bestaat een duidelijke en deugdelijke procedure voor uitwinning van de zekerheden binnen een redelijke tijdspanne en overeenkomstig de daarvoor geldende wettelijke voorschriften; en
e. ingeval de leningnemer in gebreke blijft of redelijkerwijs te verwachten is dat de leningnemer op korte termijn in gebreke zal blijven, heeft de financiële onderneming de wettelijke bevoegdheid om de kortlopende vorderingen aan andere partijen te verkopen of over te dragen zonder de instemming van de tegenpartij van de leningnemer inzake de betreffende kortlopende vorderingen.
a. de juridische constructie op grond waarvan de zekerheid wordt verstrekt, is deugdelijk en effectief en waarborgt dat de leninggever duidelijke rechten heeft op de opbrengsten;
b. de financiële onderneming heeft voldoende juridisch onderzoek gedaan dat de afdwingbaarheid van de in onderdeel a bedoelde zekerheidsovereenkomsten in alle relevante jurisdicties bevestigt;
c. de financiële onderneming onderneemt alle stappen die noodzakelijk zijn om te waarborgen dat de leningverstrekker een voorrangsrecht op de zekerheid kan doen gelden, met dien verstande dat dit voorrangsrecht wel ondergeschikt mag zijn aan de wettelijke rechten van preferente crediteuren;
d. de zekerheidsovereenkomsten zijn adequaat gedocumenteerd en er bestaat een duidelijke en deugdelijke procedure voor uitwinning van de zekerheden binnen een redelijke tijdspanne en overeenkomstig de daarvoor geldende wettelijke voorschriften; en
e. ingeval de leningnemer in gebreke blijft of redelijkerwijs te verwachten is dat de leningnemer op korte termijn in gebreke zal blijven, heeft de financiële onderneming de wettelijke bevoegdheid om de kortlopende vorderingen aan andere partijen te verkopen of over te dragen zonder de instemming van de tegenpartij van de leningnemer inzake de betreffende kortlopende vorderingen.
- Citeren als
- Art. 4:61
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl