BWBR0020764
Geldig vanaf 01-01-2007
Artikel 4:72
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. Contanten die gedeponeerd zijn bij een derde financiële onderneming respectievelijk met contanten gelijk te stellen instrumenten die aangehouden worden bij een derde financiële onderneming, anders dan ingevolge een bewaringsovereenkomst, en die in pand gegeven zijn aan de leningverstrekkende financiële onderneming, worden, met inachtneming van het tweede lid, als toelaatbare kredietprotectie aangemerkt.
2. De kredietprotectie uit hoofde van contanten of met contanten gelijk te stellen instrumenten, bedoeld in het eerste lid, komt voor de in het derde lid bedoelde behandeling in aanmerking, indien:
a. de vordering van de leningnemer op de derde financiële onderneming openlijk, onvoorwaardelijk en onherroepelijk in pand is gegeven of is overgedragen aan de leningverstrekkende financiële onderneming;
b. het pand of de overdracht juridisch rechtsgeldig en afdwingbaar in alle relevante jurisdicties is;
c. de derde financiële onderneming in kennis is gesteld van de pandgeving of overdracht; en
d. als gevolg van de in onderdeel c bedoelde kennisgeving, de derde financiële onderneming alleen aan de leningverstrekkende financiële onderneming betalingen kan doen, of aan andere partijen als zij daarvoor de toestemming heeft gekregen van de leningverstrekkende financiële onderneming.
3. Bij derde financiële ondernemingen aangehouden deposito’s als bedoeld in het eerste lid, kunnen worden behandeld als een garantie van de derde financiële onderneming, overeenkomstig artikel 4:93. Op de deposito's bedoeld in de vorige volzin is artikel 4:79 van overeenkomstige toepassing.
2. De kredietprotectie uit hoofde van contanten of met contanten gelijk te stellen instrumenten, bedoeld in het eerste lid, komt voor de in het derde lid bedoelde behandeling in aanmerking, indien:
a. de vordering van de leningnemer op de derde financiële onderneming openlijk, onvoorwaardelijk en onherroepelijk in pand is gegeven of is overgedragen aan de leningverstrekkende financiële onderneming;
b. het pand of de overdracht juridisch rechtsgeldig en afdwingbaar in alle relevante jurisdicties is;
c. de derde financiële onderneming in kennis is gesteld van de pandgeving of overdracht; en
d. als gevolg van de in onderdeel c bedoelde kennisgeving, de derde financiële onderneming alleen aan de leningverstrekkende financiële onderneming betalingen kan doen, of aan andere partijen als zij daarvoor de toestemming heeft gekregen van de leningverstrekkende financiële onderneming.
3. Bij derde financiële ondernemingen aangehouden deposito’s als bedoeld in het eerste lid, kunnen worden behandeld als een garantie van de derde financiële onderneming, overeenkomstig artikel 4:93. Op de deposito's bedoeld in de vorige volzin is artikel 4:79 van overeenkomstige toepassing.
- Citeren als
- Art. 4:72
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl