BWBR0020764
Geldig vanaf 01-01-2007
Artikel 4:79
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. Onverminderd de artikelen 4:81 tot en met 4:87, wordt een kredietprotectie in de vorm van een garantie of kredietderivaat uitsluitend als kredietprotectie in aanmerking genomen, indien:
a. het een rechtstreekse kredietprotectie betreft;
b. de omvang van de kredietprotectie duidelijk omschreven en onbetwistbaar is; en
c. de kredietprotectieovereenkomst geen enkel beding bevat waarvan de naleving buiten de directe controle van de leningverstrekkende financiële onderneming valt en die: 1°. de protectiegever in staat stelt de protectie eenzijdig op te zeggen;
2°. tot een toename van de effectieve kosten van de protectie leidt wanneer de kredietkwaliteit van de beschermde vordering verslechtert;
3°. kan verhinderen dat de protectiegever verplicht is zo spoedig mogelijk te betalen ingeval de oorspronkelijke debiteur nalaat verschuldigde betalingen te verrichten; of
4°. het mogelijk kan maken dat de protectiegever de looptijd van de kredietprotectie reduceert.
1°. de protectiegever in staat stelt de protectie eenzijdig op te zeggen;
2°. tot een toename van de effectieve kosten van de protectie leidt wanneer de kredietkwaliteit van de beschermde vordering verslechtert;
3°. kan verhinderen dat de protectiegever verplicht is zo spoedig mogelijk te betalen ingeval de oorspronkelijke debiteur nalaat verschuldigde betalingen te verrichten; of
4°. het mogelijk kan maken dat de protectiegever de looptijd van de kredietprotectie reduceert.
2. Onverminderd het eerste lid, gelden tevens de volgende voorwaarden:
a. de financiële onderneming beschikt over systemen om de potentiële concentratierisico’s die voortvloeien uit het gebruik van garanties of kredietderivaten te beheersen; en
b. de financiële onderneming kan aantonen hoe haar beleid ten aanzien van het gebruik van garanties en kredietderivaten samenhangt met de instellingsbrede risicomanagementprocessen.
a. het een rechtstreekse kredietprotectie betreft;
b. de omvang van de kredietprotectie duidelijk omschreven en onbetwistbaar is; en
c. de kredietprotectieovereenkomst geen enkel beding bevat waarvan de naleving buiten de directe controle van de leningverstrekkende financiële onderneming valt en die: 1°. de protectiegever in staat stelt de protectie eenzijdig op te zeggen;
2°. tot een toename van de effectieve kosten van de protectie leidt wanneer de kredietkwaliteit van de beschermde vordering verslechtert;
3°. kan verhinderen dat de protectiegever verplicht is zo spoedig mogelijk te betalen ingeval de oorspronkelijke debiteur nalaat verschuldigde betalingen te verrichten; of
4°. het mogelijk kan maken dat de protectiegever de looptijd van de kredietprotectie reduceert.
1°. de protectiegever in staat stelt de protectie eenzijdig op te zeggen;
2°. tot een toename van de effectieve kosten van de protectie leidt wanneer de kredietkwaliteit van de beschermde vordering verslechtert;
3°. kan verhinderen dat de protectiegever verplicht is zo spoedig mogelijk te betalen ingeval de oorspronkelijke debiteur nalaat verschuldigde betalingen te verrichten; of
4°. het mogelijk kan maken dat de protectiegever de looptijd van de kredietprotectie reduceert.
2. Onverminderd het eerste lid, gelden tevens de volgende voorwaarden:
a. de financiële onderneming beschikt over systemen om de potentiële concentratierisico’s die voortvloeien uit het gebruik van garanties of kredietderivaten te beheersen; en
b. de financiële onderneming kan aantonen hoe haar beleid ten aanzien van het gebruik van garanties en kredietderivaten samenhangt met de instellingsbrede risicomanagementprocessen.
- Citeren als
- Art. 4:79
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl