BWBR0020764
Geldig vanaf 01-01-2007
Artikel 4:56
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. Niet-zakelijk onroerend goed dat wordt of zal worden bewoond of verhuurd door de eigenaar of ingeval van persoonlijke investeringsmaatschappijen door de economisch rechthebbende, en zakelijk onroerend goed worden, met inachtneming van de artikelen 4:57 en 4:58, als toelaatbare zekerheden aangemerkt, indien:
a. de waarde van het onroerend goed niet in wezenlijke mate van de kredietkwaliteit van de debiteur afhangt; en
b. het risico op de leningnemer niet in wezenlijke mate afhangt van het rendement van het onderliggend onroerend goed of project, maar veeleer van de onderliggende capaciteit van de leningnemer om de schuld uit andere bronnen terug te betalen, waarbij de terugbetaling van de faciliteit als zodanig niet in wezenlijke mate afhangt van enigerlei kasstroom, die wordt gegenereerd door het onderliggende onroerend goed dat als zekerheid fungeert.
2. Aandelen in Finse ondernemingen voor de bouw van woningen die werkzaam zijn volgens de Finse wet op woningbouwverenigingen van 1991 of latere gelijkwaardige wetgeving ten aanzien van niet-zakelijk onroerend goed dat wordt of zal worden bewoond of verhuurd door de eigenaar, zijn toelaatbare zekerheden in de vorm van niet-zakelijk onroerend goed, indien aan de onderdelen a en b van het eerste lid is voldaan.
3. Aan een financiële onderneming kan, op haar schriftelijke aanvraag hiertoe, toestemming worden verleend om zakelijk onroerend goed dat niet voldoet aan het eerste lid, onderdeel b, toch in Nederland als toelaatbare zekerheid aan te merken indien dit onroerend goed door een toezichthoudende instantie van een lidstaat van de Europese Unie ook in die lidstaat als toelaatbare zekerheid is aangemerkt, mits:
a. het zakelijk onroerend goed zich op het grondgebied van die andere lidstaat bevindt;
b. aan alle door die toezichthoudende instantie in die andere lidstaat gestelde voorwaarden is voldaan; en
c. aan de overige voorwaarden, bedoeld in deel 1, punt 17 van bijlage VIII bij de herziene richtlijn banken, is voldaan voor ontheffing van het eerste lid, onderdeel b.
a. de waarde van het onroerend goed niet in wezenlijke mate van de kredietkwaliteit van de debiteur afhangt; en
b. het risico op de leningnemer niet in wezenlijke mate afhangt van het rendement van het onderliggend onroerend goed of project, maar veeleer van de onderliggende capaciteit van de leningnemer om de schuld uit andere bronnen terug te betalen, waarbij de terugbetaling van de faciliteit als zodanig niet in wezenlijke mate afhangt van enigerlei kasstroom, die wordt gegenereerd door het onderliggende onroerend goed dat als zekerheid fungeert.
2. Aandelen in Finse ondernemingen voor de bouw van woningen die werkzaam zijn volgens de Finse wet op woningbouwverenigingen van 1991 of latere gelijkwaardige wetgeving ten aanzien van niet-zakelijk onroerend goed dat wordt of zal worden bewoond of verhuurd door de eigenaar, zijn toelaatbare zekerheden in de vorm van niet-zakelijk onroerend goed, indien aan de onderdelen a en b van het eerste lid is voldaan.
3. Aan een financiële onderneming kan, op haar schriftelijke aanvraag hiertoe, toestemming worden verleend om zakelijk onroerend goed dat niet voldoet aan het eerste lid, onderdeel b, toch in Nederland als toelaatbare zekerheid aan te merken indien dit onroerend goed door een toezichthoudende instantie van een lidstaat van de Europese Unie ook in die lidstaat als toelaatbare zekerheid is aangemerkt, mits:
a. het zakelijk onroerend goed zich op het grondgebied van die andere lidstaat bevindt;
b. aan alle door die toezichthoudende instantie in die andere lidstaat gestelde voorwaarden is voldaan; en
c. aan de overige voorwaarden, bedoeld in deel 1, punt 17 van bijlage VIII bij de herziene richtlijn banken, is voldaan voor ontheffing van het eerste lid, onderdeel b.
- Citeren als
- Art. 4:56
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl