BWBR0020764
Geldig vanaf 20-12-2007
Artikel 4:88
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
Om in aanmerking te komen voor de behandeling bedoeld in artikel 3:20, eerste lid, moet een kredietprotectie in de vorm van een garantie of een kredietderivaat voldoen aan de volgende voorwaarden:
a. de onderliggende verplichting is: 1°. een vordering op een financiële onderneming, niet zijnde een verzekeraar of herverzekeraar;
2°. een vordering op een regionale of lokale overheid of een orgaan uit de openbare sector, die niet wordt behandeld als vordering op een centrale overheid of centrale bank; of
3°. een vordering op een kleine of middelgrote entiteit, die is ondergebracht in de categorie vorderingen op particulieren en kleine partijen.
1°. een vordering op een financiële onderneming, niet zijnde een verzekeraar of herverzekeraar;
2°. een vordering op een regionale of lokale overheid of een orgaan uit de openbare sector, die niet wordt behandeld als vordering op een centrale overheid of centrale bank; of
3°. een vordering op een kleine of middelgrote entiteit, die is ondergebracht in de categorie vorderingen op particulieren en kleine partijen.
b. de onderliggende debiteuren zijn geen met de protectiegever verbonden partijen;
c. de vordering wordt afgedekt door middel van één van de volgende instrumenten: 1°. single-name niet-volgestorte kredietderivaten of single-name garanties;
2°. basketproducten voor het eerst optredende kredietverzuim met inachtneming van artikel 4:89, eerste lid;
3°. basketproducten voor het n-de kredietverzuim met inachtneming van artikel 4:89, tweede lid, indien ook toelaatbare protectie tegen het (n-1)de kredietverzuim is verkregen of indien voor (n-1) van de in de mand voorkomende activa reeds sprake is van kredietverzuim, en indien dezelfde methode wordt toegepast op het in de mand voorkomende activum met de laagste risicogewogen waarde;
1°. single-name niet-volgestorte kredietderivaten of single-name garanties;
2°. basketproducten voor het eerst optredende kredietverzuim met inachtneming van artikel 4:89, eerste lid;
3°. basketproducten voor het n-de kredietverzuim met inachtneming van artikel 4:89, tweede lid, indien ook toelaatbare protectie tegen het (n-1)de kredietverzuim is verkregen of indien voor (n-1) van de in de mand voorkomende activa reeds sprake is van kredietverzuim, en indien dezelfde methode wordt toegepast op het in de mand voorkomende activum met de laagste risicogewogen waarde;
d. de kredietprotectie voldoet aan de artikelen 4:79, 4:83, 4:85 en 4:87;
e. het risicogewicht dat vóór de behandeling bedoeld in de aanhef van dit artikel aan de onderliggende vordering wordt toegekend, houdt niet reeds rekening met enigerlei aspect van de kredietprotectie;
f. 1°. de financiële onderneming heeft het recht en kan redelijkerwijs verwachten betaling te ontvangen van de protectieverschaffer zonder gerechtelijke stappen te hoeven nemen om de tegenpartij van de onderliggende vordering tot betaling te dwingen;
2°. voor zover mogelijk neemt de financiële onderneming stappen om zich ervan te vergewissen dat de protectiegever bereid is in geval van een kredietgebeurtenis terstond te betalen;
1°. de financiële onderneming heeft het recht en kan redelijkerwijs verwachten betaling te ontvangen van de protectieverschaffer zonder gerechtelijke stappen te hoeven nemen om de tegenpartij van de onderliggende vordering tot betaling te dwingen;
2°. voor zover mogelijk neemt de financiële onderneming stappen om zich ervan te vergewissen dat de protectiegever bereid is in geval van een kredietgebeurtenis terstond te betalen;
g. de gekochte kredietprotectie vangt alle op het afgedekte deel van de vordering geleden kredietverliezen op die zich voordoen als gevolg van de in het contract omschreven kredietgebeurtenissen;
h. 1°. indien de uitbetalingsstructuur voorziet in fysieke afwikkeling, bestaat er rechtszekerheid ten aanzien van de leverbaarheid van een lening, obligatie of voorwaardelijke verplichting;
2°. indien een financiële onderneming voornemens is een andere verplichting te leveren dan de onderliggende vordering, zorgt zij ervoor dat de leverbare verplichting liquide genoeg is om haar in staat te stellen deze te kopen voor levering in overeenstemming met het contract;
1°. indien de uitbetalingsstructuur voorziet in fysieke afwikkeling, bestaat er rechtszekerheid ten aanzien van de leverbaarheid van een lening, obligatie of voorwaardelijke verplichting;
2°. indien een financiële onderneming voornemens is een andere verplichting te leveren dan de onderliggende vordering, zorgt zij ervoor dat de leverbare verplichting liquide genoeg is om haar in staat te stellen deze te kopen voor levering in overeenstemming met het contract;
i. de voorwaarden van kredietprotectieovereenkomsten zijn schriftelijk en juridisch bevestigd door zowel de verschaffer van de kredietprotectie als de financiële onderneming;
j. de financiële onderneming beschikt over procedures om overmatige correlaties te ontdekken tussen de kredietwaardigheid van een protectieverstrekker en van de tegenpartij van de onderliggende vordering ten gevolge van het feit dat hun prestaties afhankelijk zijn van overeenkomstige factoren anders dan het systeemrisico; en
k. indien bescherming wordt geboden tegen het verwateringsrisico van gekochte kortlopende vorderingen, is de protectiegever geen verbonden partij met de verkoper van de betreffende gekochte kortlopende vorderingen.
a. de onderliggende verplichting is: 1°. een vordering op een financiële onderneming, niet zijnde een verzekeraar of herverzekeraar;
2°. een vordering op een regionale of lokale overheid of een orgaan uit de openbare sector, die niet wordt behandeld als vordering op een centrale overheid of centrale bank; of
3°. een vordering op een kleine of middelgrote entiteit, die is ondergebracht in de categorie vorderingen op particulieren en kleine partijen.
1°. een vordering op een financiële onderneming, niet zijnde een verzekeraar of herverzekeraar;
2°. een vordering op een regionale of lokale overheid of een orgaan uit de openbare sector, die niet wordt behandeld als vordering op een centrale overheid of centrale bank; of
3°. een vordering op een kleine of middelgrote entiteit, die is ondergebracht in de categorie vorderingen op particulieren en kleine partijen.
b. de onderliggende debiteuren zijn geen met de protectiegever verbonden partijen;
c. de vordering wordt afgedekt door middel van één van de volgende instrumenten: 1°. single-name niet-volgestorte kredietderivaten of single-name garanties;
2°. basketproducten voor het eerst optredende kredietverzuim met inachtneming van artikel 4:89, eerste lid;
3°. basketproducten voor het n-de kredietverzuim met inachtneming van artikel 4:89, tweede lid, indien ook toelaatbare protectie tegen het (n-1)de kredietverzuim is verkregen of indien voor (n-1) van de in de mand voorkomende activa reeds sprake is van kredietverzuim, en indien dezelfde methode wordt toegepast op het in de mand voorkomende activum met de laagste risicogewogen waarde;
1°. single-name niet-volgestorte kredietderivaten of single-name garanties;
2°. basketproducten voor het eerst optredende kredietverzuim met inachtneming van artikel 4:89, eerste lid;
3°. basketproducten voor het n-de kredietverzuim met inachtneming van artikel 4:89, tweede lid, indien ook toelaatbare protectie tegen het (n-1)de kredietverzuim is verkregen of indien voor (n-1) van de in de mand voorkomende activa reeds sprake is van kredietverzuim, en indien dezelfde methode wordt toegepast op het in de mand voorkomende activum met de laagste risicogewogen waarde;
d. de kredietprotectie voldoet aan de artikelen 4:79, 4:83, 4:85 en 4:87;
e. het risicogewicht dat vóór de behandeling bedoeld in de aanhef van dit artikel aan de onderliggende vordering wordt toegekend, houdt niet reeds rekening met enigerlei aspect van de kredietprotectie;
f. 1°. de financiële onderneming heeft het recht en kan redelijkerwijs verwachten betaling te ontvangen van de protectieverschaffer zonder gerechtelijke stappen te hoeven nemen om de tegenpartij van de onderliggende vordering tot betaling te dwingen;
2°. voor zover mogelijk neemt de financiële onderneming stappen om zich ervan te vergewissen dat de protectiegever bereid is in geval van een kredietgebeurtenis terstond te betalen;
1°. de financiële onderneming heeft het recht en kan redelijkerwijs verwachten betaling te ontvangen van de protectieverschaffer zonder gerechtelijke stappen te hoeven nemen om de tegenpartij van de onderliggende vordering tot betaling te dwingen;
2°. voor zover mogelijk neemt de financiële onderneming stappen om zich ervan te vergewissen dat de protectiegever bereid is in geval van een kredietgebeurtenis terstond te betalen;
g. de gekochte kredietprotectie vangt alle op het afgedekte deel van de vordering geleden kredietverliezen op die zich voordoen als gevolg van de in het contract omschreven kredietgebeurtenissen;
h. 1°. indien de uitbetalingsstructuur voorziet in fysieke afwikkeling, bestaat er rechtszekerheid ten aanzien van de leverbaarheid van een lening, obligatie of voorwaardelijke verplichting;
2°. indien een financiële onderneming voornemens is een andere verplichting te leveren dan de onderliggende vordering, zorgt zij ervoor dat de leverbare verplichting liquide genoeg is om haar in staat te stellen deze te kopen voor levering in overeenstemming met het contract;
1°. indien de uitbetalingsstructuur voorziet in fysieke afwikkeling, bestaat er rechtszekerheid ten aanzien van de leverbaarheid van een lening, obligatie of voorwaardelijke verplichting;
2°. indien een financiële onderneming voornemens is een andere verplichting te leveren dan de onderliggende vordering, zorgt zij ervoor dat de leverbare verplichting liquide genoeg is om haar in staat te stellen deze te kopen voor levering in overeenstemming met het contract;
i. de voorwaarden van kredietprotectieovereenkomsten zijn schriftelijk en juridisch bevestigd door zowel de verschaffer van de kredietprotectie als de financiële onderneming;
j. de financiële onderneming beschikt over procedures om overmatige correlaties te ontdekken tussen de kredietwaardigheid van een protectieverstrekker en van de tegenpartij van de onderliggende vordering ten gevolge van het feit dat hun prestaties afhankelijk zijn van overeenkomstige factoren anders dan het systeemrisico; en
k. indien bescherming wordt geboden tegen het verwateringsrisico van gekochte kortlopende vorderingen, is de protectiegever geen verbonden partij met de verkoper van de betreffende gekochte kortlopende vorderingen.
- Citeren als
- Art. 4:88
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl