BWBR0020414
Geldig vanaf 2015-11-26
Artikel 8
Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft
1. Het beleggerscompensatiestelsel is van toepassing op:
a. financiële ondernemingen die een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 van de wet hebben voor het uitoefenen van het bedrijf van bank en waaraan het is toegestaan beleggingsdiensten te verlenen op grond van artikel 2:97, eerste lid, onderdeel c, van de wet;
b. financiële ondernemingen die een vergunning hebben als bedoeld in artikel 2:69b, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de wet, voor zover het betreft het beheren van individuele vermogens, financiële ondernemingen die een vergunning hebben als bedoeld in artikel 2:65, aanhef en onderdeel a, van de wet, voor zover het betreft het verrichten van de activiteiten of het verlenen van de diensten, bedoeld in artikel 2:67a, tweede lid, of financiële ondernemingen die een vergunning hebben als bedoeld in artikel 2:96 van de wet voor zover het betreft het verlenen van beleggingsdiensten;
c. financiële ondernemingen die een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110 van de wet hebben en waaraan het is toegestaan beleggingsdiensten te verlenen op grond van artikel 2:97, eerste lid, onderdeel b, van de wet;
d. financiële ondernemingen als bedoeld in artikel 3:266, eerste lid, onderdelen a en c, van de wet, voorzover het betreft hun vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor uitgeoefende bedrijf; en
e. financiële ondernemingen ten aanzien waarvan een besluit is genomen als bedoeld in artikel 3:267, eerste lid, van de wet, voorzover het hun vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor uitgeoefende bedrijf betreft.
2. Het beleggerscompensatiestelsel is niet van toepassing op financiële ondernemingen die uitsluitend beleggingsactiviteiten verrichten als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/1:1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1:1 van de wet</a>en financiële ondernemingen die uitsluitend beleggingsdiensten verlenen als bedoeld in onderdeel d van de definitie van het verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet.
a. financiële ondernemingen die een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 van de wet hebben voor het uitoefenen van het bedrijf van bank en waaraan het is toegestaan beleggingsdiensten te verlenen op grond van artikel 2:97, eerste lid, onderdeel c, van de wet;
b. financiële ondernemingen die een vergunning hebben als bedoeld in artikel 2:69b, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de wet, voor zover het betreft het beheren van individuele vermogens, financiële ondernemingen die een vergunning hebben als bedoeld in artikel 2:65, aanhef en onderdeel a, van de wet, voor zover het betreft het verrichten van de activiteiten of het verlenen van de diensten, bedoeld in artikel 2:67a, tweede lid, of financiële ondernemingen die een vergunning hebben als bedoeld in artikel 2:96 van de wet voor zover het betreft het verlenen van beleggingsdiensten;
c. financiële ondernemingen die een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110 van de wet hebben en waaraan het is toegestaan beleggingsdiensten te verlenen op grond van artikel 2:97, eerste lid, onderdeel b, van de wet;
d. financiële ondernemingen als bedoeld in artikel 3:266, eerste lid, onderdelen a en c, van de wet, voorzover het betreft hun vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor uitgeoefende bedrijf; en
e. financiële ondernemingen ten aanzien waarvan een besluit is genomen als bedoeld in artikel 3:267, eerste lid, van de wet, voorzover het hun vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor uitgeoefende bedrijf betreft.
2. Het beleggerscompensatiestelsel is niet van toepassing op financiële ondernemingen die uitsluitend beleggingsactiviteiten verrichten als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/1:1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1:1 van de wet</a>en financiële ondernemingen die uitsluitend beleggingsdiensten verlenen als bedoeld in onderdeel d van de definitie van het verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet.