BWBR0020414
Geldig vanaf 2015-11-26
Artikel 29.02
Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft
1. Ingevolge het depositogarantiestelsel zijn deposito’s als bedoeld in artikel 29.01gegarandeerd tot een bedrag van € 100.000 per depositohouder per bank.
2. Ingeval van een gezamenlijke rekening geldt de garantie voor elk van de depositohouders afzonderlijk voor een evenredig aandeel in het deposito, tenzij contractueel anders is bepaald.
3. Indien een depositohouder een deposito aanhoudt op eigen naam doch ten behoeve van een derde krachtens overeenkomst of wettelijk voorschrift, geldt de garantie voor deze derde en wordt deze voor de toepassing van deze paragraaf als depositohouder aangemerkt, mits diens identiteit kan worden vastgesteld voorafgaand aan de datum van de beslissing van de Nederlandsche Bank of van de gerechtelijke uitspraak, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/3:260" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:260, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b, van de wet</a>.
4. In aanvulling op de dekking bedoeld in het eerste lid, is een deposito gegarandeerd tot een bedrag van € 500.000 per depositohouder per bank gedurende zes maanden na storting van dat deposito, voor zover dat deposito:
a. aantoonbaar verband houdt met een onroerendgoedtransactie die betrekking heeft op een eigen woning in de zin van artikel 3.111 van de Wet inkomstenbelasting 2001;
b. de uitbetaling aan een natuurlijk persoon betreft uit hoofde van een pensioenvoorziening, een arbeidsongeschiktheidsvoorziening, een ontslagvergoeding, een levensverzekering als bedoeld in artikel 7:975 Burgerlijk Wetboek, of in het kader van de vereffening van een goederengemeenschap uit hoofde van een huwelijk of geregistreerd partnerschap of van een nalatenschap;
c. de uitbetaling aan een natuurlijk persoon betreft van een verzekeringsuitkering of vergoedingen voor schade door criminele activiteiten of onterechte veroordeling.
5. Deposito’s op een rekening van een bij overeenkomst tussen twee of meer personen in het leven geroepen duurzaam zakelijk samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid, waaronder in ieder geval worden begrepen een maatschap, een vennootschap onder firma en een commanditaire vennootschap, worden voor de toepassing van de in het eerste lid en de in het vierde lid bedoelde limieten aangemerkt als een door één depositohouder aangehouden deposito.
2. Ingeval van een gezamenlijke rekening geldt de garantie voor elk van de depositohouders afzonderlijk voor een evenredig aandeel in het deposito, tenzij contractueel anders is bepaald.
3. Indien een depositohouder een deposito aanhoudt op eigen naam doch ten behoeve van een derde krachtens overeenkomst of wettelijk voorschrift, geldt de garantie voor deze derde en wordt deze voor de toepassing van deze paragraaf als depositohouder aangemerkt, mits diens identiteit kan worden vastgesteld voorafgaand aan de datum van de beslissing van de Nederlandsche Bank of van de gerechtelijke uitspraak, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/3:260" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:260, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b, van de wet</a>.
4. In aanvulling op de dekking bedoeld in het eerste lid, is een deposito gegarandeerd tot een bedrag van € 500.000 per depositohouder per bank gedurende zes maanden na storting van dat deposito, voor zover dat deposito:
a. aantoonbaar verband houdt met een onroerendgoedtransactie die betrekking heeft op een eigen woning in de zin van artikel 3.111 van de Wet inkomstenbelasting 2001;
b. de uitbetaling aan een natuurlijk persoon betreft uit hoofde van een pensioenvoorziening, een arbeidsongeschiktheidsvoorziening, een ontslagvergoeding, een levensverzekering als bedoeld in artikel 7:975 Burgerlijk Wetboek, of in het kader van de vereffening van een goederengemeenschap uit hoofde van een huwelijk of geregistreerd partnerschap of van een nalatenschap;
c. de uitbetaling aan een natuurlijk persoon betreft van een verzekeringsuitkering of vergoedingen voor schade door criminele activiteiten of onterechte veroordeling.
5. Deposito’s op een rekening van een bij overeenkomst tussen twee of meer personen in het leven geroepen duurzaam zakelijk samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid, waaronder in ieder geval worden begrepen een maatschap, een vennootschap onder firma en een commanditaire vennootschap, worden voor de toepassing van de in het eerste lid en de in het vierde lid bedoelde limieten aangemerkt als een door één depositohouder aangehouden deposito.