BWBR0020414
Geldig vanaf 2015-11-26
Artikel 7g
Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft
1. De leden van het bestuur van het Afwikkelingsfonds, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/3a:68" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3A:68, eerste lid, van de wet</a>, worden benoemd voor een periode van vier jaar, met de mogelijkheid van herbenoeming. Op de leden van het bestuur is <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14, vierde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen</a>van overeenkomstige toepassing.
2. Op de taakuitoefening van het Afwikkelingsfonds zijn de <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 20</a>, <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">23, eerste en tweede lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/41" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">41, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuurorganen</a>van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «Onze Minister» wordt gelezen: de Nederlandsche Bank. De Nederlandsche Bank stelt Onze Minister onverwijld in kennis van door haar getroffen voorzieningen als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
3. Het Afwikkelingsfonds legt verantwoording af over haar taakuitoefening overeenkomstig de <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/18" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 18, eerste lid</a>, met uitzondering van de laatste volzin, <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/26" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">26</a>, <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/34" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">34, eerste lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/35" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">35, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen</a>, met dien verstande dat voor «Onze Minister» wordt gelezen: de Nederlandsche Bank.
2. Op de taakuitoefening van het Afwikkelingsfonds zijn de <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 20</a>, <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">23, eerste en tweede lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/41" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">41, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuurorganen</a>van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «Onze Minister» wordt gelezen: de Nederlandsche Bank. De Nederlandsche Bank stelt Onze Minister onverwijld in kennis van door haar getroffen voorzieningen als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
3. Het Afwikkelingsfonds legt verantwoording af over haar taakuitoefening overeenkomstig de <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/18" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 18, eerste lid</a>, met uitzondering van de laatste volzin, <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/26" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">26</a>, <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/34" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">34, eerste lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/35" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">35, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen</a>, met dien verstande dat voor «Onze Minister» wordt gelezen: de Nederlandsche Bank.