BWBR0020414
Geldig vanaf 2015-11-26
Artikel 7f
Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft
1. De Nederlandsche Bank beëindigt het functioneren van een overbruggingonderneming waarop activa of passiva zijn overgegaan, of doet een dergelijke overbruggingsonderneming door een overbruggingsstichting beëindigen indien:
a. alle of vrijwel alle activa en passiva zijn verkocht aan derden; of
b. de activa volledig zijn vereffend en de passiva volledig zijn voldaan.
2. Een overbruggingsonderneming verkoopt haar activa en passiva uiterlijk twee jaar nadat voor het laatst activa of passiva ingevolge de toepassing van het instrument van de overbruggingsinstelling op haar zijn overgegaan, indien binnen die termijn geen van de situaties, bedoeld in het eerste lid, zich heeft voorgedaan.
3. De Nederlandsche Bank kan de termijn, bedoeld in het tweede lid, telkens met ten hoogste een jaar verlengen, indien dit:
a. bevorderlijk is voor het bereiken van de situatie waarin alle of vrijwel alle activa en passiva zijn verkocht aan derden of de activa volledig zijn vereffend en de passiva volledig zijn voldaan;
b. nodig is om de continuïteit van essentiële bankdiensten of financiële diensten te verzekeren; of
c. nodig is om het doel te verwezenlijken waartoe de overbruggingsonderneming bij toepassing van paragraaf 3A.2.4.3 van de wet overgegane activa of passiva houdt.
a. alle of vrijwel alle activa en passiva zijn verkocht aan derden; of
b. de activa volledig zijn vereffend en de passiva volledig zijn voldaan.
2. Een overbruggingsonderneming verkoopt haar activa en passiva uiterlijk twee jaar nadat voor het laatst activa of passiva ingevolge de toepassing van het instrument van de overbruggingsinstelling op haar zijn overgegaan, indien binnen die termijn geen van de situaties, bedoeld in het eerste lid, zich heeft voorgedaan.
3. De Nederlandsche Bank kan de termijn, bedoeld in het tweede lid, telkens met ten hoogste een jaar verlengen, indien dit:
a. bevorderlijk is voor het bereiken van de situatie waarin alle of vrijwel alle activa en passiva zijn verkocht aan derden of de activa volledig zijn vereffend en de passiva volledig zijn voldaan;
b. nodig is om de continuïteit van essentiële bankdiensten of financiële diensten te verzekeren; of
c. nodig is om het doel te verwezenlijken waartoe de overbruggingsonderneming bij toepassing van paragraaf 3A.2.4.3 van de wet overgegane activa of passiva houdt.