BWBR0020414
Geldig vanaf 2015-11-26
Artikel 29c
Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft
1. Indien de financiële onderneming, bedoeld in artikel 29b, niet voldoet aan het vierde lid van dat artikelof aan hetgeen overigens bij of krachtens de <a href="/wet/BWBR0020368" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">wet</a>is bepaald, stelt de Nederlandsche Bank de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat hiervan in kennis.
2. De Nederlandsche Bank kan, na de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de financiële onderneming haar zetel heeft daarvan in kennis te hebben gesteld, het besluit nemen dat de betrokken financiële onderneming geen nieuwe overeenkomsten in Nederland mag afsluiten, indien deze niet voldoet aan artikel 29b, vierde lid, of aan hetgeen overigens bij of krachtens de <a href="/wet/BWBR0020368" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">wet</a>is bepaald:
a. in weerwil van de maatregelen, getroffen door die toezichthoudende instantie;
b. in het geval deze maatregelen ontoereikend zijn; of
c. in het geval die toezichthoudende instantie geen maatregelen heeft getroffen.
3. De Nederlandsche Bank kan tevens, na de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de financiële onderneming haar zetel heeft daarvan in kennis te hebben gesteld met de toestemming van de toezichthouder van de andere lidstaat de overeenkomst, bedoeld in artikel 29b, derde lid, onderdeel e, opzeggen met een termijn van ten minste twaalf maanden indien de financiële onderneming niet voldoet aan verplichtingen uit die overeenkomst of aan hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald:
a. in weerwil van de maatregelen, getroffen door die toezichthoudende instantie;
b. in het geval deze maatregelen ontoereikend zijn; of
c. in het geval die toezichthoudende instantie geen maatregelen heeft getroffen.
4. Indien het derde lid is toegepast, eindigt de aanvullende deelname op de dag waartegen de overeenkomst is opgezegd.
2. De Nederlandsche Bank kan, na de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de financiële onderneming haar zetel heeft daarvan in kennis te hebben gesteld, het besluit nemen dat de betrokken financiële onderneming geen nieuwe overeenkomsten in Nederland mag afsluiten, indien deze niet voldoet aan artikel 29b, vierde lid, of aan hetgeen overigens bij of krachtens de <a href="/wet/BWBR0020368" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">wet</a>is bepaald:
a. in weerwil van de maatregelen, getroffen door die toezichthoudende instantie;
b. in het geval deze maatregelen ontoereikend zijn; of
c. in het geval die toezichthoudende instantie geen maatregelen heeft getroffen.
3. De Nederlandsche Bank kan tevens, na de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de financiële onderneming haar zetel heeft daarvan in kennis te hebben gesteld met de toestemming van de toezichthouder van de andere lidstaat de overeenkomst, bedoeld in artikel 29b, derde lid, onderdeel e, opzeggen met een termijn van ten minste twaalf maanden indien de financiële onderneming niet voldoet aan verplichtingen uit die overeenkomst of aan hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald:
a. in weerwil van de maatregelen, getroffen door die toezichthoudende instantie;
b. in het geval deze maatregelen ontoereikend zijn; of
c. in het geval die toezichthoudende instantie geen maatregelen heeft getroffen.
4. Indien het derde lid is toegepast, eindigt de aanvullende deelname op de dag waartegen de overeenkomst is opgezegd.