BWBR0020414
Geldig vanaf 2015-11-26
Artikel 17
Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft
1. Het in enig kalenderjaar door een bank ingevolge artikel 11, eerste liden 13, tweede lid, te betalen bedrag, vermeerderd met het op grond van paragraaf 6.2te betalen bedrag, is niet groter dan vijf procent van haar eigen vermogen. Een eventueel excedent wordt door de Nederlandsche Bank renteloos voorgeschoten.
2. Het in enig kalenderjaar door een financiële onderneming die geen bank is, ingevolge artikel 13, eerste en tweede liden artikel 16, vijfde lid, te betalen bedrag is niet groter dan drie procent van haar eigen vermogen. Een eventueel excedent wordt door de Nederlandsche Bank renteloos voorgeschoten.
3. Indien de solvabiliteits- of liquiditeitspositie van een bank, of de solvabiliteitspositie van een beleggingsonderneming daartoe aanleiding geeft, kan de Nederlandsche Bank voor die bank, onderscheidenlijk beleggingsonderneming, een lager percentage vaststellen.
2. Het in enig kalenderjaar door een financiële onderneming die geen bank is, ingevolge artikel 13, eerste en tweede liden artikel 16, vijfde lid, te betalen bedrag is niet groter dan drie procent van haar eigen vermogen. Een eventueel excedent wordt door de Nederlandsche Bank renteloos voorgeschoten.
3. Indien de solvabiliteits- of liquiditeitspositie van een bank, of de solvabiliteitspositie van een beleggingsonderneming daartoe aanleiding geeft, kan de Nederlandsche Bank voor die bank, onderscheidenlijk beleggingsonderneming, een lager percentage vaststellen.