BWBR0020414
Geldig vanaf 2015-11-26
Artikel 29.18
Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft
1. Een groep banken met een vrijstelling als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/3:111" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:111, eerste lid, van de wet</a>wordt gezamenlijk als een bank aangemerkt voor de toepassing van deze paragraaf. Van die groep is uitsluitend de centrale kredietinstelling de ingevolge deze paragraaf te betalen bijdragen verschuldigd.
2. De Nederlandsche Bank kan op verzoek van een groep banken voor de toepassing van deze paragraaf die banken als één bank aanmerken. De Nederlandsche Bank bepaalt daarbij welke rechtspersoon binnen de groep de ingevolge deze paragraaf te betalen bijdragen bij uitsluiting verschuldigd is. Bij uittreding van een bank uit de groep wordt het opgebouwde individuele saldo, bedoeld in artikel 29.11, van de groep naar rato van de depositobases op het laatste voorafgaande toetsmoment verdeeld tussen de uittredende bank en de rest van de groep. Bij toetreding van een bank tot een groep worden de opgebouwde individuele saldi van de toetredende bank en de groep bij elkaar opgeteld.
2. De Nederlandsche Bank kan op verzoek van een groep banken voor de toepassing van deze paragraaf die banken als één bank aanmerken. De Nederlandsche Bank bepaalt daarbij welke rechtspersoon binnen de groep de ingevolge deze paragraaf te betalen bijdragen bij uitsluiting verschuldigd is. Bij uittreding van een bank uit de groep wordt het opgebouwde individuele saldo, bedoeld in artikel 29.11, van de groep naar rato van de depositobases op het laatste voorafgaande toetsmoment verdeeld tussen de uittredende bank en de rest van de groep. Bij toetreding van een bank tot een groep worden de opgebouwde individuele saldi van de toetredende bank en de groep bij elkaar opgeteld.