BWBR0020414
Geldig vanaf 2015-11-26
Artikel 29.12
Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft
1. Een bank als bedoeld in artikel 29.01, eerste lid, is aan het Depositogarantiefonds elk kwartaal een bijdrage verschuldigd indien het individueel saldo van de bank of de omvang van het algemeen gedeelte van het Depositogarantiefonds lager is dan de doelomvang van het individueel saldo onderscheidenlijk van het algemeen gedeelte, bedoeld in artikel 29.11, tweede lid. De bijdrage is gebaseerd op de depositobasis van een bank.
2. De Nederlandsche Bank stelt de hoogte van de bijdrage vast.
3. De hoogte van de bijdrage wordt vastgesteld overeenkomstig bijlage Bbij dit besluit en bestaat uit de volgende onderdelen:
a. een basisbijdrage;
b. een suppletie;
c. een risicobijdrage;
d. een risicosuppletie.
4. De hoogte van de risicobijdrage en risicosuppletie is tevens afhankelijk van een benadering van de soliditeit van een bank, uitgedrukt in een risicowegingspercentage. Het risicowegingspercentage van een bank wordt vastgesteld met behulp van risicoindicatoren overeenkomstig bijlage Cbij dit besluit. De Nederlandsche Bank stelt nadere regels. Zij neemt daarbij het bepaalde in artikel 13, tweede lid, van de richtlijn depositogarantiestelsels in acht over het gebruik en de weging van de risicoindicatoren.
5. De Nederlandsche Bank kan in verband met de economische vooruitzichten en het verwachte macroprudentiële effect van de ingevolge deze paragraaf verschuldigde bijdragen op de banken overeenkomstig bijlage Been correctiefactor toepassen bij de berekening van de bijdrage. De correctiefactor overschrijdt niet de bandbreedte als bepaald in bijlage Bbij dit besluit.
2. De Nederlandsche Bank stelt de hoogte van de bijdrage vast.
3. De hoogte van de bijdrage wordt vastgesteld overeenkomstig bijlage Bbij dit besluit en bestaat uit de volgende onderdelen:
a. een basisbijdrage;
b. een suppletie;
c. een risicobijdrage;
d. een risicosuppletie.
4. De hoogte van de risicobijdrage en risicosuppletie is tevens afhankelijk van een benadering van de soliditeit van een bank, uitgedrukt in een risicowegingspercentage. Het risicowegingspercentage van een bank wordt vastgesteld met behulp van risicoindicatoren overeenkomstig bijlage Cbij dit besluit. De Nederlandsche Bank stelt nadere regels. Zij neemt daarbij het bepaalde in artikel 13, tweede lid, van de richtlijn depositogarantiestelsels in acht over het gebruik en de weging van de risicoindicatoren.
5. De Nederlandsche Bank kan in verband met de economische vooruitzichten en het verwachte macroprudentiële effect van de ingevolge deze paragraaf verschuldigde bijdragen op de banken overeenkomstig bijlage Been correctiefactor toepassen bij de berekening van de bijdrage. De correctiefactor overschrijdt niet de bandbreedte als bepaald in bijlage Bbij dit besluit.