BWBR0019283
Geldig vanaf 2006-01-01
Artikel 54
Besluit financiële dienstverlening
1. Een erkende geschilleninstantie draagt zorg voor de onafhankelijkheid en deskundigheid van het orgaan dat binnen de organisatie van de geschilleninstantie verantwoordelijk is voor de behandeling van het geschil.
2. De onafhankelijkheid van het orgaan wordt voldoende gewaarborgd indien de leden:
a. gedurende een jaar voorafgaande aan de aanvaarding van hun functie, niet gewerkt hebben voor of enige functie bekleed hebben bij een beroepsorganisatie voor financiële dienstverleners, of voor, onderscheidenlijk bij een financiële dienstverlener, ten aanzien van wiens financiële producten en financiële diensten geschillen ter behandeling aan de geschilleninstantie kunnen worden voorgelegd; en
b. vanaf de aanvaarding van hun functie, niet werkzaam zijn voor of enige functie bekleden bij een beroepsorganisatie voor financiële dienstverleners, of voor, onderscheidenlijk bij een financiële dienstverlener, ten aanzien van wiens financiële producten en financiële diensten geschillen ter behandeling aan de geschilleninstantie kunnen worden voorgelegd.
3. Ter waarborging van de deskundigheid van het orgaan bezit in ieder geval de voorzitter van het orgaan de hoedanigheid van meester in de rechten.
4. De bij de benoeming van een lid van het orgaan, bedoeld in het eerste lid, te volgen procedure is schriftelijk vastgelegd.
2. De onafhankelijkheid van het orgaan wordt voldoende gewaarborgd indien de leden:
a. gedurende een jaar voorafgaande aan de aanvaarding van hun functie, niet gewerkt hebben voor of enige functie bekleed hebben bij een beroepsorganisatie voor financiële dienstverleners, of voor, onderscheidenlijk bij een financiële dienstverlener, ten aanzien van wiens financiële producten en financiële diensten geschillen ter behandeling aan de geschilleninstantie kunnen worden voorgelegd; en
b. vanaf de aanvaarding van hun functie, niet werkzaam zijn voor of enige functie bekleden bij een beroepsorganisatie voor financiële dienstverleners, of voor, onderscheidenlijk bij een financiële dienstverlener, ten aanzien van wiens financiële producten en financiële diensten geschillen ter behandeling aan de geschilleninstantie kunnen worden voorgelegd.
3. Ter waarborging van de deskundigheid van het orgaan bezit in ieder geval de voorzitter van het orgaan de hoedanigheid van meester in de rechten.
4. De bij de benoeming van een lid van het orgaan, bedoeld in het eerste lid, te volgen procedure is schriftelijk vastgelegd.