BWBR0019283
Geldig vanaf 2006-01-01
Artikel 21
Besluit financiële dienstverlening
1. Een erkend exameninstituut geeft een diploma af aan een kandidaat die een door het erkende exameninstituut afgenomen examen met goed gevolg heeft afgelegd.
2. Een erkend exameninstituut dat tevens opleidingen aanbiedt, brengt een zodanige scheiding aan in de bedrijfsvoering tussen het ontwikkelen en verzorgen van opleidingen en het afnemen van examens dat belangenverstrengeling tussen deze activiteiten wordt voorkomen. Daartoe treft een erkend exameninstituut in ieder geval adequate maatregelen, gericht op:
a. het voeren van gescheiden administraties voor het ontwikkelen en verzorgen van opleidingen en voor het afnemen van examens;
b. het voorkomen van toegang tot examenmateriaal van werknemers die op enige wijze betrokken zijn bij de ontwikkeling of de verzorging van een opleiding, gericht op het desbetreffende examen.
3. Een erkend exameninstituut stelt de door hem aangeboden examens open voor een ieder, ongeacht of de betrokkene een opleiding aan het exameninstituut heeft gevolgd.
4. Een door een erkend exameninstituut af te nemen examen voldoet binnen zes maanden na de in artikel 19, vierde lid, bedoelde openbaarmaking aan de door Onze Minister vastgestelde toetstermen, bedoeld in artikel 19, eerste lid.
5. Een erkend exameninstituut neemt ten aanzien van de wijze van examinering de maatregelen die redelijkerwijs nodig zijn om te bevorderen dat examens op een correcte en eerlijke wijze worden afgelegd.
6. Een erkend exameninstituut draagt zorg voor een vakinhoudelijk juiste en objectieve beoordeling van afgenomen examens.
7. Een erkend exameninstituut beschikt over en handelt in overeenstemming met een examenreglement waarin ten minste de volgende onderwerpen adequaat zijn geregeld:
a. de wijze van aanmelding van de kandidaat;
b. het aantal malen dat per jaar gelegenheid wordt gegeven tot het afleggen van de afzonderlijke examens;
c. de wijze van kennisgeving van plaats, datum en tijdstip van aanvang der examens;
d. de legitimatie van de kandidaat;
e. de duur en wijze van examineren;
f. de maatregelen in geval onregelmatigheden worden geconstateerd;
g. de aanwijzing van de examinatoren bij de mondelinge examens;
h. de beoordeling van het examen;
i. de termijn waarbinnen de examenuitslag wordt bekendgemaakt, alsmede de termijn waarbinnen het diploma wordt uitgereikt;
j. de aanwijzing van degene of degenen die de uitslag van het schriftelijk examen vaststelt dan wel vaststellen;
k. de beoordelingsnormen en normen voor slagen en afwijzen;
l. de wijze van verkrijgbaarstelling van de richtlijnantwoorden na afloop van een examen;
m. de inzage in het afgelegde examen;
n. de bewaartermijnen voor de afgelegde examens;
o. de interne klachtenprocedure.
8. Een erkend exameninstituut verstrekt jaarlijks voor 1 juli aan Onze Minister een opgave van het aantal in het vorige kalenderjaar afgenomen en beoordeelde examens, alsmede een analyse van de resultaten van deze examens, de klachten die hierover zijn geuit en de beslissingen hierop van het exameninstituut.
9. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op bekostigde instellingen voor hoger onderwijs als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005682/artikel/1.8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1.8, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek</a>.
2. Een erkend exameninstituut dat tevens opleidingen aanbiedt, brengt een zodanige scheiding aan in de bedrijfsvoering tussen het ontwikkelen en verzorgen van opleidingen en het afnemen van examens dat belangenverstrengeling tussen deze activiteiten wordt voorkomen. Daartoe treft een erkend exameninstituut in ieder geval adequate maatregelen, gericht op:
a. het voeren van gescheiden administraties voor het ontwikkelen en verzorgen van opleidingen en voor het afnemen van examens;
b. het voorkomen van toegang tot examenmateriaal van werknemers die op enige wijze betrokken zijn bij de ontwikkeling of de verzorging van een opleiding, gericht op het desbetreffende examen.
3. Een erkend exameninstituut stelt de door hem aangeboden examens open voor een ieder, ongeacht of de betrokkene een opleiding aan het exameninstituut heeft gevolgd.
4. Een door een erkend exameninstituut af te nemen examen voldoet binnen zes maanden na de in artikel 19, vierde lid, bedoelde openbaarmaking aan de door Onze Minister vastgestelde toetstermen, bedoeld in artikel 19, eerste lid.
5. Een erkend exameninstituut neemt ten aanzien van de wijze van examinering de maatregelen die redelijkerwijs nodig zijn om te bevorderen dat examens op een correcte en eerlijke wijze worden afgelegd.
6. Een erkend exameninstituut draagt zorg voor een vakinhoudelijk juiste en objectieve beoordeling van afgenomen examens.
7. Een erkend exameninstituut beschikt over en handelt in overeenstemming met een examenreglement waarin ten minste de volgende onderwerpen adequaat zijn geregeld:
a. de wijze van aanmelding van de kandidaat;
b. het aantal malen dat per jaar gelegenheid wordt gegeven tot het afleggen van de afzonderlijke examens;
c. de wijze van kennisgeving van plaats, datum en tijdstip van aanvang der examens;
d. de legitimatie van de kandidaat;
e. de duur en wijze van examineren;
f. de maatregelen in geval onregelmatigheden worden geconstateerd;
g. de aanwijzing van de examinatoren bij de mondelinge examens;
h. de beoordeling van het examen;
i. de termijn waarbinnen de examenuitslag wordt bekendgemaakt, alsmede de termijn waarbinnen het diploma wordt uitgereikt;
j. de aanwijzing van degene of degenen die de uitslag van het schriftelijk examen vaststelt dan wel vaststellen;
k. de beoordelingsnormen en normen voor slagen en afwijzen;
l. de wijze van verkrijgbaarstelling van de richtlijnantwoorden na afloop van een examen;
m. de inzage in het afgelegde examen;
n. de bewaartermijnen voor de afgelegde examens;
o. de interne klachtenprocedure.
8. Een erkend exameninstituut verstrekt jaarlijks voor 1 juli aan Onze Minister een opgave van het aantal in het vorige kalenderjaar afgenomen en beoordeelde examens, alsmede een analyse van de resultaten van deze examens, de klachten die hierover zijn geuit en de beslissingen hierop van het exameninstituut.
9. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op bekostigde instellingen voor hoger onderwijs als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005682/artikel/1.8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1.8, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek</a>.