BWBR0019283
Geldig vanaf 2006-01-01
Artikel 48
Besluit financiële dienstverlening
1. Gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake een beleggingsobject verstrekt de aanbieder de consument ten minste de volgende informatie:
a. een door een accountant gecontroleerde jaarrekening, waarvan de toelichting ten minste een opsplitsing bevat van de totale verkoopkosten, de productiekosten, de beheerkosten en de administratieve kosten van de aanbieder, een opsplitsing van deze kosten per serie van beleggingsobjecten waartoe het beleggingsobject behoort, alsmede het totaal van de door consumenten ingelegde gelden in de serie van beleggingsobjecten. De opstelling van de jaarrekening geschiedt door een aanbieder met een zetel in Nederland zoveel mogelijk overeenkomstig boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De opstelling van de jaarrekening van een aanbieder met een zetel in andere lidstaat geschiedt overeenkomstig de voorschriften van de vierde richtlijn nr. 78/660/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 juli 1978 op de grondslag van artikel 54, lid 3 sub g van het Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen (PbEG L 222) en van de zevende richtlijn nr. 83/349/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 13 juni 1983 op de grondslag van artikel 54, lid 3 sub g van het Verdrag betreffende de geconsolideerde jaarrekening (Pb EG L 193).Voor de overige aanbieders geschiedt de opstelling op gelijkwaardige wijze. In de jaarrekening wordt meegedeeld overeenkomstig welke voorschriften de opstelling geschiedt;
b. een door een onafhankelijke deskundige opgestelde waardering van de serie van beleggingsobjecten waartoe het beleggingsobject behoort, welke waardering ten minste een maal per jaar dient te worden uitgevoerd;
c. in het belang van een goede informatieverstrekking aan consumenten bij ministeriële regeling aan te wijzen andere onderwerpen.
2. De aanbieder houdt de informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, gedurende ten minste drie jaar beschikbaar op zijn eigen website.
3. De toezichthouder kan regels stellen met betrekking tot de wijze van verstrekking van de informatie, bedoeld in het eerste lid, alsmede met betrekking tot de berekening van de kosten, bedoeld in het eerste lid, onder a.
a. een door een accountant gecontroleerde jaarrekening, waarvan de toelichting ten minste een opsplitsing bevat van de totale verkoopkosten, de productiekosten, de beheerkosten en de administratieve kosten van de aanbieder, een opsplitsing van deze kosten per serie van beleggingsobjecten waartoe het beleggingsobject behoort, alsmede het totaal van de door consumenten ingelegde gelden in de serie van beleggingsobjecten. De opstelling van de jaarrekening geschiedt door een aanbieder met een zetel in Nederland zoveel mogelijk overeenkomstig boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De opstelling van de jaarrekening van een aanbieder met een zetel in andere lidstaat geschiedt overeenkomstig de voorschriften van de vierde richtlijn nr. 78/660/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 juli 1978 op de grondslag van artikel 54, lid 3 sub g van het Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen (PbEG L 222) en van de zevende richtlijn nr. 83/349/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 13 juni 1983 op de grondslag van artikel 54, lid 3 sub g van het Verdrag betreffende de geconsolideerde jaarrekening (Pb EG L 193).Voor de overige aanbieders geschiedt de opstelling op gelijkwaardige wijze. In de jaarrekening wordt meegedeeld overeenkomstig welke voorschriften de opstelling geschiedt;
b. een door een onafhankelijke deskundige opgestelde waardering van de serie van beleggingsobjecten waartoe het beleggingsobject behoort, welke waardering ten minste een maal per jaar dient te worden uitgevoerd;
c. in het belang van een goede informatieverstrekking aan consumenten bij ministeriële regeling aan te wijzen andere onderwerpen.
2. De aanbieder houdt de informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, gedurende ten minste drie jaar beschikbaar op zijn eigen website.
3. De toezichthouder kan regels stellen met betrekking tot de wijze van verstrekking van de informatie, bedoeld in het eerste lid, alsmede met betrekking tot de berekening van de kosten, bedoeld in het eerste lid, onder a.