BWBR0019283
Geldig vanaf 2006-01-01
Artikel 39
Besluit financiële dienstverlening
1. In een financiële bijsluiter worden de volgende onderwerpen behandeld:
a. het doel van de financiële bijsluiter;
b. de aard en het doel van het complexe product;
c. de financiële risico’s van het complexe product die onder meer inzichtelijk worden gemaakt door een risico-indicator en, indien het een beleggingsobject betreft, de overige risico’s die samenhangen met dat product;
d. de verplichtingen voor de consument;
e. het al dan niet bestaan van een contractueel recht om de overeenkomst inzake het complexe product tussentijds op te zeggen, de daaraan verbonden kosten en de overige gevolgen;
f. de gevolgen bij overlijden van de consument;
g. voorbeeldrendementen en de kosten van het complexe product;
h. in het belang van een goede informatieverstrekking aan consumenten bij ministeriële regeling aan te wijzen andere onderwerpen.
2. In afwijking van het eerste lid worden in een financiële bijsluiter die betrekking heeft op een recht van deelneming in een beleggingsinstellingals bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004809/artikel/12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 12, eerste lid</a>, of <a href="/wet/BWBR0004809/artikel/17c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 17c, eerste lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen</a>, niet zijnde een recht van deelneming dat voldoet aan <a href="/wet/BWBR0007657/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer</a>, de volgende onderwerpen behandeld:
a. de vermelding dat het een financiële bijsluiter betreft, welke beleggingsinstelling het betreft en een korte omschrijving van de beleggingsinstelling;
b. het doel van de financiële bijsluiter en de registratie van de beleggingsinstelling bij de toezichthouder;
c. de aard en het doel van de beleggingsinstelling;
d. de financiële risico’s van het recht van deelneming in een beleggingsinstelling die onder meer inzichtelijk worden gemaakt door een risico-indicator;
e. de verplichtingen voor de consument;
f. de kosten en, indien beschikbaar, het historisch rendement van het recht van deelneming;
g. het al dan niet bestaan van een contractueel recht om de overeenkomst inzake het complexe product tussentijds op te zeggen, de daaraan verbonden kosten en de overige gevolgen;
h. fiscale aspecten van de rechten van deelneming in een beleggingsinstelling;
i. in het belang van een goede informatieverstrekking aan consumenten bij ministeriële regeling aan te wijzen andere onderwerpen.
3. Een financiële bijsluiter bevat geen informatie over andere onderwerpen dan bedoeld in het eerste of tweede lid.
4. De toezichthouder stelt regels met betrekking tot de wijze waarop de informatie, bedoeld in het eerste en tweede lid, in de financiële bijsluiter dient te worden verstrekt, alsmede met betrekking tot de berekening van de rendementen, kosten en risico’s als bedoeld in het eerste lid, onder c en g, en het tweede lid, onder d en f.
5. Indien het een financiële bijsluiter betreft die betrekking heeft op rechten van deelneming in een beleggingsinstellingals bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004809/artikel/12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 12, derde lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen</a>, stelt de toezichthouder regels voorzover deze strekken tot het uitvoeren van richtlijn nr. 85/611/EEGvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) met het oog op reglementering van beheermaatschappijen en vereenvoudigde prospectussen (PbEG L 41/20).
a. het doel van de financiële bijsluiter;
b. de aard en het doel van het complexe product;
c. de financiële risico’s van het complexe product die onder meer inzichtelijk worden gemaakt door een risico-indicator en, indien het een beleggingsobject betreft, de overige risico’s die samenhangen met dat product;
d. de verplichtingen voor de consument;
e. het al dan niet bestaan van een contractueel recht om de overeenkomst inzake het complexe product tussentijds op te zeggen, de daaraan verbonden kosten en de overige gevolgen;
f. de gevolgen bij overlijden van de consument;
g. voorbeeldrendementen en de kosten van het complexe product;
h. in het belang van een goede informatieverstrekking aan consumenten bij ministeriële regeling aan te wijzen andere onderwerpen.
2. In afwijking van het eerste lid worden in een financiële bijsluiter die betrekking heeft op een recht van deelneming in een beleggingsinstellingals bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004809/artikel/12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 12, eerste lid</a>, of <a href="/wet/BWBR0004809/artikel/17c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 17c, eerste lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen</a>, niet zijnde een recht van deelneming dat voldoet aan <a href="/wet/BWBR0007657/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer</a>, de volgende onderwerpen behandeld:
a. de vermelding dat het een financiële bijsluiter betreft, welke beleggingsinstelling het betreft en een korte omschrijving van de beleggingsinstelling;
b. het doel van de financiële bijsluiter en de registratie van de beleggingsinstelling bij de toezichthouder;
c. de aard en het doel van de beleggingsinstelling;
d. de financiële risico’s van het recht van deelneming in een beleggingsinstelling die onder meer inzichtelijk worden gemaakt door een risico-indicator;
e. de verplichtingen voor de consument;
f. de kosten en, indien beschikbaar, het historisch rendement van het recht van deelneming;
g. het al dan niet bestaan van een contractueel recht om de overeenkomst inzake het complexe product tussentijds op te zeggen, de daaraan verbonden kosten en de overige gevolgen;
h. fiscale aspecten van de rechten van deelneming in een beleggingsinstelling;
i. in het belang van een goede informatieverstrekking aan consumenten bij ministeriële regeling aan te wijzen andere onderwerpen.
3. Een financiële bijsluiter bevat geen informatie over andere onderwerpen dan bedoeld in het eerste of tweede lid.
4. De toezichthouder stelt regels met betrekking tot de wijze waarop de informatie, bedoeld in het eerste en tweede lid, in de financiële bijsluiter dient te worden verstrekt, alsmede met betrekking tot de berekening van de rendementen, kosten en risico’s als bedoeld in het eerste lid, onder c en g, en het tweede lid, onder d en f.
5. Indien het een financiële bijsluiter betreft die betrekking heeft op rechten van deelneming in een beleggingsinstellingals bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004809/artikel/12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 12, derde lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen</a>, stelt de toezichthouder regels voorzover deze strekken tot het uitvoeren van richtlijn nr. 85/611/EEGvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) met het oog op reglementering van beheermaatschappijen en vereenvoudigde prospectussen (PbEG L 41/20).