BWBR0019283
Geldig vanaf 2006-01-01
Artikel 28
Besluit financiële dienstverlening
1. Indien een financiële dienstverlener in een reclame-uiting inzake krediet, anders dan via de televisie of de radio, informatie verstrekt over een effectief kredietvergoedingspercentage of een maandlast van een krediet, verstrekt hij daarbij, naast het effectief kredietvergoedingspercentage en de maandlast, tevens informatie over:
a. de voor de berekening van dat percentage en die maandlast gehanteerde kredietsom of kredietlimiet;
b. de voor de berekening van dat percentage en die maandlast gehanteerde looptijd of theoretische looptijd;
c. de voor de berekening van dat percentage en die maandlast gehanteerde totale prijs van het krediet;
d. het feit dat het een krediet, niet zijnde een doorlopend krediet of een doorlopend krediet betreft; en
e. indien van toepassing, de om in aanmerking te komen voor het aangeboden krediet af te sluiten verzekeringen en ten behoeve van de aanbieder te vestigen zekerheidsrechten.
2. Indien een financiële dienstverlener in een reclame-uiting inzake krediet via de televisie of radio informatie verstrekt over een effectief kredietvergoedingspercentage, of een maandlast van een krediet en een kredietsom of kredietlimiet, verstrekt hij:
a. in die reclame-uiting tevens informatie over de voor de berekening van dat percentage of die maandlast gehanteerde totale prijs van het krediet en de voor de berekening van dat percentage of die maandlast gehanteerde kredietsom of kredietlimiet;
b. op enig ander moment voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake krediet, naast het effectief kredietvergoedingspercentage, de maandlast, de voor de berekening van dat percentage en die maandlast gehanteerde kredietsom of kredietlimiet en de voor de berekening van dat percentage en die maandlast gehanteerde totale prijs van het krediet, informatie over: 1°. de voor de berekening van dat percentage en die maandlast gehanteerde looptijd of de theoretische looptijd;
2°. het feit dat het een krediet, niet zijnde een doorlopend krediet of een doorlopend krediet betreft; en
3°. indien van toepassing, de om in aanmerking te komen voor het aangeboden krediet af te sluiten verzekeringen en ten behoeve van de aanbieder te vestigen zekerheidsrechten.
1°. de voor de berekening van dat percentage en die maandlast gehanteerde looptijd of de theoretische looptijd;
2°. het feit dat het een krediet, niet zijnde een doorlopend krediet of een doorlopend krediet betreft; en
3°. indien van toepassing, de om in aanmerking te komen voor het aangeboden krediet af te sluiten verzekeringen en ten behoeve van de aanbieder te vestigen zekerheidsrechten.
3. In een reclame-uiting inzake consumptief krediet wordt de in het eerste en tweede lid bedoelde maandlast niet lager weergegeven dan 2% van de betrokken kredietlimiet, bij een reclame-uiting inzake doorlopend krediet, dan wel niet lager dan 2% van de betrokken kredietsom, bij een reclame-uiting inzake niet-doorlopend krediet.
4. Een financiële dienstverlener geeft de in de aanhef en in de onderdelen a tot en met c van het eerste lid bedoelde informatie, de in onderdeel b, aanhef en onder 1°, van het tweede lid bedoelde informatie en, indien van toepassing, de informatie bedoeld in het zesde lid, gecombineerd weer in een tabel waarin geen andere informatie wordt opgenomen.
5. Indien een financiële dienstverlener in een reclame-uiting inzake krediet reclame maakt voor met krediet aan te schaffen goederen of diensten, verstrekt hij daarbij tevens informatie over het effectief kredietvergoedingspercentage.
6. Indien eenfinanciële dienstverlener in een reclame-uiting inzake krediet informatie verstrekt over een effectief kredietvergoedingspercentage of over een kredietvergoeding welke voor een beperkte duur geldt, dan wel in een reclame-uiting inzake krediet informatie verstrekt over een variabele kredietvergoeding welke voor een beperkte duur afwijkt van de variabele kredietvergoeding die op het moment van het doen van de reclame-uiting geldt voor overeenkomsten inzake krediet van gelijke soort, omvang en duur:
a. verstrekt hij daarbij tevens informatie over de periode gedurende welke het aangeboden effectief kredietvergoedingspercentage of de kredietvergoeding geldt;
b. verstrekt hij daarbij tevens informatie over de hoogte van het effectief kredietvergoedingspercentage of de kredietvergoeding na afloop van deze periode, waarbij indien de hoogte van het effectief kredietvergoedingspercentage of de kredietvergoeding variabel is, hij informatie verstrekt over de op het moment van het doen van de reclame-uiting geldende variabele kredietvergoeding voor overeenkomsten inzake krediet van gelijke soort, omvang en duur; en
c. baseert hij de overige op grond van het eerste of het tweede lid te verstrekken informatie over de kenmerken van het krediet op het effectief kredietvergoedingspercentage of op de kredietvergoeding na afloop van deze periode.
7. Indien een financiële dienstverlener in een reclame-uiting inzake krediet informatie verstrekt over de hoogte van de kredietvergoeding, verstrekt hij daarbij tevens informatie over het effectief kredietvergoedingspercentage.
8. Indien een financiële dienstverlener in een reclame-uiting inzake krediet informatie verstrekt over de hoogte van een korting op een effectief kredietvergoedingspercentage of op een kredietvergoeding, verstrekt hij daarbij tevens informatie over het effectief kredietvergoedingspercentage, dan wel de kredietvergoeding waar de korting op van toepassing is.
9. Indien een financiële dienstverlener in een reclame-uiting inzake krediet informatie verstrekt over het effectief kredietvergoedingspercentage, duidt hij deze aan als «effectieve rente op jaarbasis».
10. Een financiële dienstverlener:
a. neemt in een reclame-uiting inzake krediet geen vermeldingen op aangaande de termijn waarbinnen of het tijdstip waarop over een kredietaanvraag wordt beslist, de overeenkomst inzake krediet tot stand kan komen, of de consument over het krediet kan beschikken;
b. brengt in een reclame-uiting inzake krediet niet tot uiting dat lopende overeenkomsten inzake krediet bij de beoordeling van een kredietaanvraag geen of een ondergeschikte rol spelen;
c. geeft in een reclame-uiting inzake krediet geen kenmerken van het krediet weer waarin fiscale voordelen zijn verwerkt.
11. Indien een financiële dienstverlener in een reclame-uiting informatie verstrekt over een krediet, verstrekt hij daarbij tevens informatie over de verkrijgbaarheid van het prospectus, bedoeld in artikel 36.
12. Indien een financiële dienstverlener informatie verstrekt over de kenmerken van het krediet, bedoeld in het eerste lid en onderdeel b, aanhef en onder 1°, van het tweede lid, zijn het derde en vierde lid van overeenkomstige toepassing.
13. Artikel 26, eerste lid, eerste volzin, is niet van toepassing op het verstrekken van informatie in een reclame-uiting als bedoeld in dit artikel.
a. de voor de berekening van dat percentage en die maandlast gehanteerde kredietsom of kredietlimiet;
b. de voor de berekening van dat percentage en die maandlast gehanteerde looptijd of theoretische looptijd;
c. de voor de berekening van dat percentage en die maandlast gehanteerde totale prijs van het krediet;
d. het feit dat het een krediet, niet zijnde een doorlopend krediet of een doorlopend krediet betreft; en
e. indien van toepassing, de om in aanmerking te komen voor het aangeboden krediet af te sluiten verzekeringen en ten behoeve van de aanbieder te vestigen zekerheidsrechten.
2. Indien een financiële dienstverlener in een reclame-uiting inzake krediet via de televisie of radio informatie verstrekt over een effectief kredietvergoedingspercentage, of een maandlast van een krediet en een kredietsom of kredietlimiet, verstrekt hij:
a. in die reclame-uiting tevens informatie over de voor de berekening van dat percentage of die maandlast gehanteerde totale prijs van het krediet en de voor de berekening van dat percentage of die maandlast gehanteerde kredietsom of kredietlimiet;
b. op enig ander moment voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake krediet, naast het effectief kredietvergoedingspercentage, de maandlast, de voor de berekening van dat percentage en die maandlast gehanteerde kredietsom of kredietlimiet en de voor de berekening van dat percentage en die maandlast gehanteerde totale prijs van het krediet, informatie over: 1°. de voor de berekening van dat percentage en die maandlast gehanteerde looptijd of de theoretische looptijd;
2°. het feit dat het een krediet, niet zijnde een doorlopend krediet of een doorlopend krediet betreft; en
3°. indien van toepassing, de om in aanmerking te komen voor het aangeboden krediet af te sluiten verzekeringen en ten behoeve van de aanbieder te vestigen zekerheidsrechten.
1°. de voor de berekening van dat percentage en die maandlast gehanteerde looptijd of de theoretische looptijd;
2°. het feit dat het een krediet, niet zijnde een doorlopend krediet of een doorlopend krediet betreft; en
3°. indien van toepassing, de om in aanmerking te komen voor het aangeboden krediet af te sluiten verzekeringen en ten behoeve van de aanbieder te vestigen zekerheidsrechten.
3. In een reclame-uiting inzake consumptief krediet wordt de in het eerste en tweede lid bedoelde maandlast niet lager weergegeven dan 2% van de betrokken kredietlimiet, bij een reclame-uiting inzake doorlopend krediet, dan wel niet lager dan 2% van de betrokken kredietsom, bij een reclame-uiting inzake niet-doorlopend krediet.
4. Een financiële dienstverlener geeft de in de aanhef en in de onderdelen a tot en met c van het eerste lid bedoelde informatie, de in onderdeel b, aanhef en onder 1°, van het tweede lid bedoelde informatie en, indien van toepassing, de informatie bedoeld in het zesde lid, gecombineerd weer in een tabel waarin geen andere informatie wordt opgenomen.
5. Indien een financiële dienstverlener in een reclame-uiting inzake krediet reclame maakt voor met krediet aan te schaffen goederen of diensten, verstrekt hij daarbij tevens informatie over het effectief kredietvergoedingspercentage.
6. Indien eenfinanciële dienstverlener in een reclame-uiting inzake krediet informatie verstrekt over een effectief kredietvergoedingspercentage of over een kredietvergoeding welke voor een beperkte duur geldt, dan wel in een reclame-uiting inzake krediet informatie verstrekt over een variabele kredietvergoeding welke voor een beperkte duur afwijkt van de variabele kredietvergoeding die op het moment van het doen van de reclame-uiting geldt voor overeenkomsten inzake krediet van gelijke soort, omvang en duur:
a. verstrekt hij daarbij tevens informatie over de periode gedurende welke het aangeboden effectief kredietvergoedingspercentage of de kredietvergoeding geldt;
b. verstrekt hij daarbij tevens informatie over de hoogte van het effectief kredietvergoedingspercentage of de kredietvergoeding na afloop van deze periode, waarbij indien de hoogte van het effectief kredietvergoedingspercentage of de kredietvergoeding variabel is, hij informatie verstrekt over de op het moment van het doen van de reclame-uiting geldende variabele kredietvergoeding voor overeenkomsten inzake krediet van gelijke soort, omvang en duur; en
c. baseert hij de overige op grond van het eerste of het tweede lid te verstrekken informatie over de kenmerken van het krediet op het effectief kredietvergoedingspercentage of op de kredietvergoeding na afloop van deze periode.
7. Indien een financiële dienstverlener in een reclame-uiting inzake krediet informatie verstrekt over de hoogte van de kredietvergoeding, verstrekt hij daarbij tevens informatie over het effectief kredietvergoedingspercentage.
8. Indien een financiële dienstverlener in een reclame-uiting inzake krediet informatie verstrekt over de hoogte van een korting op een effectief kredietvergoedingspercentage of op een kredietvergoeding, verstrekt hij daarbij tevens informatie over het effectief kredietvergoedingspercentage, dan wel de kredietvergoeding waar de korting op van toepassing is.
9. Indien een financiële dienstverlener in een reclame-uiting inzake krediet informatie verstrekt over het effectief kredietvergoedingspercentage, duidt hij deze aan als «effectieve rente op jaarbasis».
10. Een financiële dienstverlener:
a. neemt in een reclame-uiting inzake krediet geen vermeldingen op aangaande de termijn waarbinnen of het tijdstip waarop over een kredietaanvraag wordt beslist, de overeenkomst inzake krediet tot stand kan komen, of de consument over het krediet kan beschikken;
b. brengt in een reclame-uiting inzake krediet niet tot uiting dat lopende overeenkomsten inzake krediet bij de beoordeling van een kredietaanvraag geen of een ondergeschikte rol spelen;
c. geeft in een reclame-uiting inzake krediet geen kenmerken van het krediet weer waarin fiscale voordelen zijn verwerkt.
11. Indien een financiële dienstverlener in een reclame-uiting informatie verstrekt over een krediet, verstrekt hij daarbij tevens informatie over de verkrijgbaarheid van het prospectus, bedoeld in artikel 36.
12. Indien een financiële dienstverlener informatie verstrekt over de kenmerken van het krediet, bedoeld in het eerste lid en onderdeel b, aanhef en onder 1°, van het tweede lid, zijn het derde en vierde lid van overeenkomstige toepassing.
13. Artikel 26, eerste lid, eerste volzin, is niet van toepassing op het verstrekken van informatie in een reclame-uiting als bedoeld in dit artikel.