BWBR0018622
Geldig vanaf 2005-09-01
Artikel 60
Besluit toezicht beleggingsinstellingen 2005
1. De risicobeheersingprocedure, bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel i, bevat een procedure voor de waardevaststelling van financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 6° tot en met 9°, die buiten een gereglementeerde markt, effectenbeurs, of andere geregelde, regelmatig functionerende, erkende open markt worden verhandeld. De beleggingsinstelling doet de toezichthouder regelmatig mededeling van de tot haar activa behorende soorten financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 6° tot en met 9°, de onderliggende risico’s, de kwantitatieve begrenzingen en de methodes die zijn gekozen om de aan transacties in deze financiële instrumenten verbonden risico’s te ramen.
2. Het totale risico van een beleggingsinstelling bedraagt niet meer dan tweemaal de totale nettowaarde van de activa. Het totale risico van een beleggingsinstelling wordt met niet meer dan tien procent van de totale nettowaarde van haar portefeuille vergroot door het aangaan van kortlopende leningen, in welk geval het totale risico van de beleggingsinstelling niet meer dan 210 procent bedraagt van de totale nettowaarde van haar portefeuille.
3. Het totale risico van de beleggingsinstelling in financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 6° tot en met 9°, overschrijdt niet de totale nettowaarde van de activa. Voor de berekening van het risico worden de dagwaarde van de onderliggende activa, het tegenpartijrisico, toekomstige marktbewegingen en de voor de liquidatie van de posities beschikbare tijd in aanmerking genomen.
4. Het beheerde vermogen van een beleggingsinstelling kan in het kader van het beleggingsbeleid en binnen de in artikel 64gestelde begrenzingen worden belegd in financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 6° tot en met 9°, voor zover het risico met betrekking tot de onderliggende activa in totaal niet de in de artikelen 61, 62, 63, eerste lid, en 64gestelde begrenzingen overschrijdt. Indien het beheerde vermogen van de beleggingsinstelling in op een index gebaseerde financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 6° tot en met 9°, wordt belegd, worden die beleggingen voor de toepassing van de in de artikelen 61, 62, 63, eerste lid, en 64gestelde begrenzingen bepaalde bovengrens niet samengeteld.
5. Onverminderd artikel 36vestigt een beleggingsinstelling die voornamelijk belegt in financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 6° tot en met 9°, in haar reclame-uitingen duidelijk de aandacht op haar beleggingsbeleid.
6. De toezichthouder kan regels stellen met betrekking tot de berekening van het risico, de wijze van vaststelling van de dagwaarde van de onderliggende activa, de soorten verplichtingen die leiden tot een tegenpartijrisico, het meewegen van toekomstige marktbewegingen bij de vaststelling en de methodes die mede afhankelijk van de aard van het financiële instrument waarin wordt belegd, voor berekening van de risico’s kunnen worden gehanteerd.
2. Het totale risico van een beleggingsinstelling bedraagt niet meer dan tweemaal de totale nettowaarde van de activa. Het totale risico van een beleggingsinstelling wordt met niet meer dan tien procent van de totale nettowaarde van haar portefeuille vergroot door het aangaan van kortlopende leningen, in welk geval het totale risico van de beleggingsinstelling niet meer dan 210 procent bedraagt van de totale nettowaarde van haar portefeuille.
3. Het totale risico van de beleggingsinstelling in financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 6° tot en met 9°, overschrijdt niet de totale nettowaarde van de activa. Voor de berekening van het risico worden de dagwaarde van de onderliggende activa, het tegenpartijrisico, toekomstige marktbewegingen en de voor de liquidatie van de posities beschikbare tijd in aanmerking genomen.
4. Het beheerde vermogen van een beleggingsinstelling kan in het kader van het beleggingsbeleid en binnen de in artikel 64gestelde begrenzingen worden belegd in financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 6° tot en met 9°, voor zover het risico met betrekking tot de onderliggende activa in totaal niet de in de artikelen 61, 62, 63, eerste lid, en 64gestelde begrenzingen overschrijdt. Indien het beheerde vermogen van de beleggingsinstelling in op een index gebaseerde financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 6° tot en met 9°, wordt belegd, worden die beleggingen voor de toepassing van de in de artikelen 61, 62, 63, eerste lid, en 64gestelde begrenzingen bepaalde bovengrens niet samengeteld.
5. Onverminderd artikel 36vestigt een beleggingsinstelling die voornamelijk belegt in financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 6° tot en met 9°, in haar reclame-uitingen duidelijk de aandacht op haar beleggingsbeleid.
6. De toezichthouder kan regels stellen met betrekking tot de berekening van het risico, de wijze van vaststelling van de dagwaarde van de onderliggende activa, de soorten verplichtingen die leiden tot een tegenpartijrisico, het meewegen van toekomstige marktbewegingen bij de vaststelling en de methodes die mede afhankelijk van de aard van het financiële instrument waarin wordt belegd, voor berekening van de risico’s kunnen worden gehanteerd.