BWBR0018622
Geldig vanaf 2005-09-01
Artikel 55
Besluit toezicht beleggingsinstellingen 2005
1. Een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gaat niet als debiteur geldleningen aan.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op het aangaan van:
a. kortlopende leningen die gezamenlijk niet meer bedragen dan tien procent van de activa van de beleggingsinstelling;
b. leningen voor het verwerven van onroerende zaken die rechtstreeks noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de werkzaamheden van de beleggingsmaatschappij en die gezamenlijk niet meer bedragen dan tien procent van haar activa, voor zover de omvang van deze geldleningen tezamen met de omvang van de in onderdeel a genoemde leningen niet meer bedraagt dan vijftien procent van haar activa;
c. leningen met als doel de verwerving van vreemde valuta waardoor de netto schuld van de beleggingsinstelling niet verandert of zal veranderen.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op het aangaan van:
a. kortlopende leningen die gezamenlijk niet meer bedragen dan tien procent van de activa van de beleggingsinstelling;
b. leningen voor het verwerven van onroerende zaken die rechtstreeks noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de werkzaamheden van de beleggingsmaatschappij en die gezamenlijk niet meer bedragen dan tien procent van haar activa, voor zover de omvang van deze geldleningen tezamen met de omvang van de in onderdeel a genoemde leningen niet meer bedraagt dan vijftien procent van haar activa;
c. leningen met als doel de verwerving van vreemde valuta waardoor de netto schuld van de beleggingsinstelling niet verandert of zal veranderen.