Artikel 1
a. accountant: een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die niet in dienstbetrekking staat tot de desbetreffende beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder;
b. bestuurder: een ieder die een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder krachtens wet vertegenwoordigt dan wel binnen een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder het beleid bepaalt;
c. financiële instrumenten: 1°. aandelen en andere met aandelen gelijk te stellen waardebewijzen die op de kapitaalmarkt verhandelbaar zijn;
2°. obligaties en andere schuldinstrumenten die op de kapitaalmarkt verhandelbaar zijn;
3°. alle andere gewoonlijk verhandelde waardebewijzen waarmee financiële instrumenten als bedoeld onder 1° en 2° via inschrijving of omruiling kunnen worden verworven of die in contanten worden afgewikkeld;
4°. geldmarktinstrumenten die gewoonlijk op de geldmarkt worden verhandeld, liquide zijn en waarvan de waarde te allen tijde nauwkeurig kan worden vastgesteld;
5°. rechten van deelneming in beleggingsinstellingen waarvan de rechten op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald;
6°. financiële futures, met inbegrip van gelijkwaardige instrumenten die aanleiding geven tot afwikkeling in contanten;
7°. rentetermijncontracten, met inbegrip van gelijkwaardige instrumenten die gericht zijn op verrekening in geld;
8°. rente- en valutaswaps en swaps betreffende aan aandelen of aan een aandelenindex gekoppelde kasstromen, met inbegrip van gelijkwaardige instrumenten die gericht zijn op verrekening in geld;
9°. opties ter verwerving of vervreemding van bovengenoemde instrumenten, met inbegrip van gelijkwaardige instrumenten die gericht zijn op verrekening in geld;
1°. aandelen en andere met aandelen gelijk te stellen waardebewijzen die op de kapitaalmarkt verhandelbaar zijn;
2°. obligaties en andere schuldinstrumenten die op de kapitaalmarkt verhandelbaar zijn;
3°. alle andere gewoonlijk verhandelde waardebewijzen waarmee financiële instrumenten als bedoeld onder 1° en 2° via inschrijving of omruiling kunnen worden verworven of die in contanten worden afgewikkeld;
4°. geldmarktinstrumenten die gewoonlijk op de geldmarkt worden verhandeld, liquide zijn en waarvan de waarde te allen tijde nauwkeurig kan worden vastgesteld;
5°. rechten van deelneming in beleggingsinstellingen waarvan de rechten op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald;
6°. financiële futures, met inbegrip van gelijkwaardige instrumenten die aanleiding geven tot afwikkeling in contanten;
7°. rentetermijncontracten, met inbegrip van gelijkwaardige instrumenten die gericht zijn op verrekening in geld;
8°. rente- en valutaswaps en swaps betreffende aan aandelen of aan een aandelenindex gekoppelde kasstromen, met inbegrip van gelijkwaardige instrumenten die gericht zijn op verrekening in geld;
9°. opties ter verwerving of vervreemding van bovengenoemde instrumenten, met inbegrip van gelijkwaardige instrumenten die gericht zijn op verrekening in geld;
d. gekwalificeerde deelneming: een rechtstreeks of middellijk belang van ten minste tien procent van het geplaatste aandelenkapitaal van een onderneming of instelling, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen ten minste tien procent van de stemrechten in een onderneming of instelling, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van een daarmee vergelijkbare zeggenschap in een onderneming of instelling, waarbij bij het bepalen van het aantal stemrechten dat iemand in een onderneming of instelling heeft, tot diens stemrechten mede worden gerekend de stemrechten waarover hij beschikt of geacht wordt te beschikken op grond van artikel 12 van de Wet melding zeggenschap en kapitaalbelang in ter beurze genoteerde vennootschappen;
e. gelieerde partij: 1°. een rechtspersoon of natuurlijke persoon die met een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder of met een bestuurder van een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder in een groep is verbonden;
2°. een rechtspersoon of natuurlijke persoon die direct of indirect stemrecht kan uitoefenen of anderszins bepaalde rechten kan uitoefenen waardoor invloed van betekenis kan worden uitgeoefend op het zakelijk of financieel beleid van een beheerder of beleggingsmaatschappij;
3°. een natuurlijke persoon die in een familierechtelijke betrekking staat tot een bestuurder van een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder of tot een natuurlijke persoon als bedoeld onder 1° en 2°;
4°. een natuurlijke persoon die een persoonlijke relatie heeft met een bestuurder van een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder of met een natuurlijke persoon als bedoeld onder 1° en 2°, in welke relatie hij het handelen van de bestuurder of de natuurlijke persoon met betrekking tot de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder kan beïnvloeden;
5°. een rechtspersoon waarin een bestuurder van een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder of een natuurlijke persoon als bedoeld onder 3° en 4°, direct of indirect stemrecht kan uitoefenen of anderszins bepaalde rechten kan uitoefenen waardoor sprake is van invloed van betekenis op het zakelijk of financieel beleid van die rechtspersoon;
6°. een natuurlijke persoon die toezicht houdt op het beleid en de algemene gang van zaken van een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder;
1°. een rechtspersoon of natuurlijke persoon die met een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder of met een bestuurder van een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder in een groep is verbonden;
2°. een rechtspersoon of natuurlijke persoon die direct of indirect stemrecht kan uitoefenen of anderszins bepaalde rechten kan uitoefenen waardoor invloed van betekenis kan worden uitgeoefend op het zakelijk of financieel beleid van een beheerder of beleggingsmaatschappij;
3°. een natuurlijke persoon die in een familierechtelijke betrekking staat tot een bestuurder van een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder of tot een natuurlijke persoon als bedoeld onder 1° en 2°;
4°. een natuurlijke persoon die een persoonlijke relatie heeft met een bestuurder van een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder of met een natuurlijke persoon als bedoeld onder 1° en 2°, in welke relatie hij het handelen van de bestuurder of de natuurlijke persoon met betrekking tot de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder kan beïnvloeden;
5°. een rechtspersoon waarin een bestuurder van een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder of een natuurlijke persoon als bedoeld onder 3° en 4°, direct of indirect stemrecht kan uitoefenen of anderszins bepaalde rechten kan uitoefenen waardoor sprake is van invloed van betekenis op het zakelijk of financieel beleid van die rechtspersoon;
6°. een natuurlijke persoon die toezicht houdt op het beleid en de algemene gang van zaken van een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder;
f. gereglementeerde markt: een gereglementeerde markt in de zin van artikel 4, veertiende lid, van richtlijn nr. 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 30 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de richtlijnen nr. 85/611/EEG en nr. 93/6/EEG van de Raad en van richtlijn nr. 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van richtlijn nr. 93/22/EEG van de Raad (PbEU L 145);
g. incourante beleggingen: beleggingen die niet worden verhandeld via een gereglementeerde markt, effectenbeurs of andere geregelde, regelmatig functionerende, erkende open markt;
h. op- en afslagen: de bedragen waarmee de door de deelnemers voor rechten van deelneming in de beleggingsinstelling betaalde of ontvangen prijs of terugbetaling worden verhoogd onderscheidenlijk verlaagd ten opzichte van de intrinsieke waarde van de rechten van deelneming;
i. retourprovisie: het gedeelte van een door of ten laste van een beleggingsinstelling voor een dienst van een derde te betalen of betaalde vergoeding dat direct of indirect door de ontvanger wordt terugbetaald;
j. toezichthouder: Onze Minister dan wel de rechtspersoon of rechtspersonen waaraan ingevolge artikel 29, eerste lid, van de wet taken en bevoegdheden zijn overgedragen;
k. wet: de Wet toezicht beleggingsinstellingen.