BWBR0018622
Geldig vanaf 2005-09-01
Artikel 38
Besluit toezicht beleggingsinstellingen 2005
1. Een beheerder meldt een voorgenomen wijziging van of aanvulling op onderdelen van het registratiedocument, bedoeld in artikel 11, voor zover het betreft de gegevens, bedoeld in bijlage A, aan de toezichthouder. Deze wijzigingen of aanvullingen, met uitzondering van wijzigingen van of aanvullingen op gegevens als bedoeld in onderdeel 3.3 of 3.6 van bijlage A, worden niet ingevoerd voordat de toezichthouder zijn instemming heeft verleend.
2. Indien de voorgenomen wijziging of aanvulling betrekking heeft op de vermelding van een persoon als bedoeld in artikel 3verstrekt de beheerder gegevens en bescheiden op basis waarvan de toezichthouder kan beoordelen of wordt voldaan aan artikel 3. Indien de toezichthouder een derde verzoekt om nadere inlichtingen over de in de eerste volzin bedoelde persoon, doet hij daarvan mededeling aan de beheerder.
3. Instemming wordt geacht te zijn verkregen indien de toezichthouder niet heeft beslist ten aanzien van de wijziging of aanvulling binnen vier weken na ontvangst van de melding of, indien hij daarom heeft verzocht, binnen vier weken na ontvangst van nadere inlichtingen.
4. In afwijking van het derde lid wordt instemming met een wijziging of aanvulling als bedoeld in het tweede lid geacht te zijn verkregen indien de toezichthouder niet heeft beslist ten aanzien van de wijziging of aanvulling binnen zes weken na ontvangst van de melding of zes weken na mededeling aan de beheerder van de ontvangst van de in het tweede lid bedoelde inlichtingen.
5. De toezichthouder kan de instemming, bedoeld in het derde lid, intrekken indien zich omstandigheden voordoen of feiten bekend worden op grond waarvan, zo zij zich hadden voorgedaan of bekend waren geweest voor het tijdstip waarop de instemming is verleend, de toezichthouder tot een ander oordeel zou zijn gekomen.
2. Indien de voorgenomen wijziging of aanvulling betrekking heeft op de vermelding van een persoon als bedoeld in artikel 3verstrekt de beheerder gegevens en bescheiden op basis waarvan de toezichthouder kan beoordelen of wordt voldaan aan artikel 3. Indien de toezichthouder een derde verzoekt om nadere inlichtingen over de in de eerste volzin bedoelde persoon, doet hij daarvan mededeling aan de beheerder.
3. Instemming wordt geacht te zijn verkregen indien de toezichthouder niet heeft beslist ten aanzien van de wijziging of aanvulling binnen vier weken na ontvangst van de melding of, indien hij daarom heeft verzocht, binnen vier weken na ontvangst van nadere inlichtingen.
4. In afwijking van het derde lid wordt instemming met een wijziging of aanvulling als bedoeld in het tweede lid geacht te zijn verkregen indien de toezichthouder niet heeft beslist ten aanzien van de wijziging of aanvulling binnen zes weken na ontvangst van de melding of zes weken na mededeling aan de beheerder van de ontvangst van de in het tweede lid bedoelde inlichtingen.
5. De toezichthouder kan de instemming, bedoeld in het derde lid, intrekken indien zich omstandigheden voordoen of feiten bekend worden op grond waarvan, zo zij zich hadden voorgedaan of bekend waren geweest voor het tijdstip waarop de instemming is verleend, de toezichthouder tot een ander oordeel zou zijn gekomen.