BWBR0018622
Geldig vanaf 2005-09-01
Artikel 4
Besluit toezicht beleggingsinstellingen 2005
1. De beheerder en, indien van toepassing, de bewaarders beschikken over een minimum bedrag aan eigen vermogen van € 225.000 onderscheidenlijk € 112.500.
2. De samenstelling van het eigen vermogen voldoet aan door de toezichthouder te stellen regels in overeenstemming met Titel V, hoofdstuk 2, afdeling 1 van richtlijn nr. 2000/12/EGvan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 20 maart 2000 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (PbEG L 126) en richtlijn nr. 93/6/EEGvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 maart 1993 inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen (PbEG L 141).
3. Iedere bewaarder treft maatregelen met het oog op de aansprakelijkheid voor schade die voor de bewaarder kan voortvloeien uit brand, vervoer van geld en waardepapieren, fraude of beroving.
2. De samenstelling van het eigen vermogen voldoet aan door de toezichthouder te stellen regels in overeenstemming met Titel V, hoofdstuk 2, afdeling 1 van richtlijn nr. 2000/12/EGvan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 20 maart 2000 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (PbEG L 126) en richtlijn nr. 93/6/EEGvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 maart 1993 inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen (PbEG L 141).
3. Iedere bewaarder treft maatregelen met het oog op de aansprakelijkheid voor schade die voor de bewaarder kan voortvloeien uit brand, vervoer van geld en waardepapieren, fraude of beroving.