BWBR0018622
Geldig vanaf 2005-09-01
Artikel 27
Besluit toezicht beleggingsinstellingen 2005
1. Indien een beheerder of een bewaarder opdracht verleent aan een derde om een of meer werkzaamheden in het kader van het beheer van een door de beheerder beheerde beleggingsinstelling onderscheidenlijk de bewaring van de activa van de beleggingsinstelling te verrichten, is het volgende van toepassing:
a. de beheerder of de bewaarder blijft voor de toepassing van de wet verantwoordelijk voor de uitvoering van de werkzaamheden;
b. de opdrachtverlening aan de derde belemmert niet een doeltreffend toezicht op de beheerder, de beleggingsinstelling of de bewaarder;
c. de opdrachtnemer is op ieder door de beheerder, de door de beheerder beheerde beleggingmaatschappij of de bewaarder gewenst moment in staat verantwoording af te leggen over de door hem uitgevoerde werkzaamheden en de beheerder, de door de beheerder beheerde beleggingsmaatschappij of de bewaarder daar inzicht in te bieden;
d. de beheerder of de bewaarder kan te allen tijde instructies omtrent de uitvoering van de werkzaamheden geven aan de opdrachtnemer en kan de opdracht met onmiddellijke ingang beëindigen indien dit in het belang van de beleggers is; en
e. de opdrachtnemer is, gelet op de aard van de opdracht, aantoonbaar in staat om de opdracht in overeenstemming met de wet te vervullen.
2. Een beheerder verleent geen opdracht aan een derde om het beleggingsbeleid van een door hem beheerde beleggingsinstelling te bepalen.
3. Iedere overeenkomst die een beheerder of een bewaarder aangaat met een derde in het kader van het beheer van de door de beheerder beheerde beleggingsinstelling onderscheidenlijk de bewaring van de activa van de beleggingsinstelling, wordt schriftelijk vastgelegd.
a. de beheerder of de bewaarder blijft voor de toepassing van de wet verantwoordelijk voor de uitvoering van de werkzaamheden;
b. de opdrachtverlening aan de derde belemmert niet een doeltreffend toezicht op de beheerder, de beleggingsinstelling of de bewaarder;
c. de opdrachtnemer is op ieder door de beheerder, de door de beheerder beheerde beleggingmaatschappij of de bewaarder gewenst moment in staat verantwoording af te leggen over de door hem uitgevoerde werkzaamheden en de beheerder, de door de beheerder beheerde beleggingsmaatschappij of de bewaarder daar inzicht in te bieden;
d. de beheerder of de bewaarder kan te allen tijde instructies omtrent de uitvoering van de werkzaamheden geven aan de opdrachtnemer en kan de opdracht met onmiddellijke ingang beëindigen indien dit in het belang van de beleggers is; en
e. de opdrachtnemer is, gelet op de aard van de opdracht, aantoonbaar in staat om de opdracht in overeenstemming met de wet te vervullen.
2. Een beheerder verleent geen opdracht aan een derde om het beleggingsbeleid van een door hem beheerde beleggingsinstelling te bepalen.
3. Iedere overeenkomst die een beheerder of een bewaarder aangaat met een derde in het kader van het beheer van de door de beheerder beheerde beleggingsinstelling onderscheidenlijk de bewaring van de activa van de beleggingsinstelling, wordt schriftelijk vastgelegd.