BWBR0018516
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 14b
Uitvoeringsregeling brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid
1. Het bedrag dat aan voorschotten op het aandeel in de middelen voor inburgering, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0018238/artikel/4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4, eerste lid, onderdeel Q, van het Besluit</a>, voor de jaren 2007, 2008 en 2009 wordt verleend is de uitkomst van:
a. de formule [ A × B ] + [ C × D ] + [ E × F ] + G indien het meerjaren ontwikkelingsprogramma van een gemeente met betrekking tot de in artikel 7, eerste lid, onderdeel o, onder 1° en 2°, van het Besluit genoemde onderdelen niet tot gevolg heeft dat de voor die gemeente gegeven indicatieve rijksbijdrage moet worden verhoogd;
b. de formule [ A × B ] + [ C × D ] + [ E × F ] + G indien het meerjaren ontwikkelingsprogramma van een gemeente met betrekking tot de in artikel 7, eerste lid, onderdeel o, onder 1° en 2°, van het Besluit genoemde onderdelen tot gevolg heeft dat de voor die gemeente gegeven indicatieve rijksbijdrage moet worden verhoogd en de jaarlijks vanuit hoofdstuk VI van de Rijksbegroting ten behoeve van de G30 te verstrekken middelen voor inburgering daartoe toereikend zijn;
c. de formule [ A × B ] + [ C × D ] + [ E × F ] + [ H × I ] + G indien het meerjaren ontwikkelingsprogramma van een gemeente met betrekking tot de in artikel 7, eerste lid, onderdeel o, onder 1° en 2°, van het Besluit genoemde onderdelen tot gevolg heeft dat de voor die gemeente gegeven indicatieve rijksbijdrage moet worden verhoogd en de jaarlijks vanuit hoofdstuk VI van de Rijksbegroting ten behoeve van de G30 te verstrekken middelen voor inburgering daartoe niet toereikend zijn.
2. In de formules, genoemd in het eerste lid, is
A: het in het meerjaren ontwikkelingsprogramma opgenomen aantal door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen inburgerings-voorzieningen ten behoeve van inburgeringsplichtigen en inburgeraars;
B: de voorschotvergoeding ten aanzien van de in de letter A bedoelde inburgeringsvoorziening;
C: het in het meerjaren ontwikkelingsprogramma opgenomen aantal door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen gecombineerde inburgeringsvoorzieningen ten behoeve van inburgeringsplichtigen en inburgeraars;
D: de voorschotvergoeding ten aanzien van de in letter C bedoelde gecombineerde inburgeringsvoorziening;
E: het in het meerjaren ontwikkelingsprogramma opgenomen aantal door het college van burgemeester en wethouders bekend te maken handhavings-beschikkingen en te verstrekken kennisgevingen;
F: de voorschotvergoeding ten aanzien van de in letter E bedoelde handhavingsbeschikking en kennisgeving;
G: het bedrag, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0018238/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9, vierde lid, onderdeel a, onder 2°, van het Besluit</a>;
H: het na toepassing van de in het eerste lid, onderdelen a en b, weergegeven formules resterende deel van de jaarlijks vanuit hoofdstuk VI van de Rijksbegroting ten behoeve van de G30 te verstrekken middelen voor inburgering;
I: het relatieve aandeel in de overtekening van de jaarlijks vanuit hoofdstuk VI van de Rijksbegroting te verstrekken middelen voor inburgering van de gemeente die op de in <a href="/wet/BWBR0018238/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7, eerste lid, onderdeel o, onder 1° en 2°, van het Besluit</a>genoemde onderdelen een hoger meerjaren ontwikkelingsprogramma heeft ingediend dan de voor de gemeente gegeven indicatieve rijksbijdrage toelaat.
3. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt ten behoeve van het aanbieden van duale inburgeringsvoorzieningen voor de jaren 2008 en 2009 verhoogd met een bedrag dat wordt vastgesteld naar evenredigheid van het aandeel van de gemeente in het aantal in Nederland woonachtige leden van etnische minderheidsgroepen uit de eerste generatie die behoren tot de groep niet-westerse allochtonen, alsmede allochtonen afkomstig uit voormalig Joegoslavië en de voormalige Sovjet-Unie in de leeftijdscategorie 15 tot en met 65 jaar.
4. Het bedrag dat aan voorschotten op het aandeel in de middelen voor inburgering, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0018238/artikel/4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4, eerste lid, onderdeel R, van het Besluit</a>, voor de jaren 2008 en 2009 wordt verleend, wordt ambtshalve door de minister vastgesteld.
5. Indien het eerste lid, aanhef en onderdeel c, van toepassing is, is het voorschot voor een gemeente niet hoger dan het met het door die gemeente op de onderdelen van <a href="/wet/BWBR0018238/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7, eerste lid, onderdeel o, onder 1° en 2°, van het Besluit</a>ingediende meerjaren ontwikkelingsprogramma corresponderende indicatieve rijksbijdrage.
a. de formule [ A × B ] + [ C × D ] + [ E × F ] + G indien het meerjaren ontwikkelingsprogramma van een gemeente met betrekking tot de in artikel 7, eerste lid, onderdeel o, onder 1° en 2°, van het Besluit genoemde onderdelen niet tot gevolg heeft dat de voor die gemeente gegeven indicatieve rijksbijdrage moet worden verhoogd;
b. de formule [ A × B ] + [ C × D ] + [ E × F ] + G indien het meerjaren ontwikkelingsprogramma van een gemeente met betrekking tot de in artikel 7, eerste lid, onderdeel o, onder 1° en 2°, van het Besluit genoemde onderdelen tot gevolg heeft dat de voor die gemeente gegeven indicatieve rijksbijdrage moet worden verhoogd en de jaarlijks vanuit hoofdstuk VI van de Rijksbegroting ten behoeve van de G30 te verstrekken middelen voor inburgering daartoe toereikend zijn;
c. de formule [ A × B ] + [ C × D ] + [ E × F ] + [ H × I ] + G indien het meerjaren ontwikkelingsprogramma van een gemeente met betrekking tot de in artikel 7, eerste lid, onderdeel o, onder 1° en 2°, van het Besluit genoemde onderdelen tot gevolg heeft dat de voor die gemeente gegeven indicatieve rijksbijdrage moet worden verhoogd en de jaarlijks vanuit hoofdstuk VI van de Rijksbegroting ten behoeve van de G30 te verstrekken middelen voor inburgering daartoe niet toereikend zijn.
2. In de formules, genoemd in het eerste lid, is
A: het in het meerjaren ontwikkelingsprogramma opgenomen aantal door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen inburgerings-voorzieningen ten behoeve van inburgeringsplichtigen en inburgeraars;
B: de voorschotvergoeding ten aanzien van de in de letter A bedoelde inburgeringsvoorziening;
C: het in het meerjaren ontwikkelingsprogramma opgenomen aantal door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen gecombineerde inburgeringsvoorzieningen ten behoeve van inburgeringsplichtigen en inburgeraars;
D: de voorschotvergoeding ten aanzien van de in letter C bedoelde gecombineerde inburgeringsvoorziening;
E: het in het meerjaren ontwikkelingsprogramma opgenomen aantal door het college van burgemeester en wethouders bekend te maken handhavings-beschikkingen en te verstrekken kennisgevingen;
F: de voorschotvergoeding ten aanzien van de in letter E bedoelde handhavingsbeschikking en kennisgeving;
G: het bedrag, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0018238/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9, vierde lid, onderdeel a, onder 2°, van het Besluit</a>;
H: het na toepassing van de in het eerste lid, onderdelen a en b, weergegeven formules resterende deel van de jaarlijks vanuit hoofdstuk VI van de Rijksbegroting ten behoeve van de G30 te verstrekken middelen voor inburgering;
I: het relatieve aandeel in de overtekening van de jaarlijks vanuit hoofdstuk VI van de Rijksbegroting te verstrekken middelen voor inburgering van de gemeente die op de in <a href="/wet/BWBR0018238/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7, eerste lid, onderdeel o, onder 1° en 2°, van het Besluit</a>genoemde onderdelen een hoger meerjaren ontwikkelingsprogramma heeft ingediend dan de voor de gemeente gegeven indicatieve rijksbijdrage toelaat.
3. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt ten behoeve van het aanbieden van duale inburgeringsvoorzieningen voor de jaren 2008 en 2009 verhoogd met een bedrag dat wordt vastgesteld naar evenredigheid van het aandeel van de gemeente in het aantal in Nederland woonachtige leden van etnische minderheidsgroepen uit de eerste generatie die behoren tot de groep niet-westerse allochtonen, alsmede allochtonen afkomstig uit voormalig Joegoslavië en de voormalige Sovjet-Unie in de leeftijdscategorie 15 tot en met 65 jaar.
4. Het bedrag dat aan voorschotten op het aandeel in de middelen voor inburgering, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0018238/artikel/4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4, eerste lid, onderdeel R, van het Besluit</a>, voor de jaren 2008 en 2009 wordt verleend, wordt ambtshalve door de minister vastgesteld.
5. Indien het eerste lid, aanhef en onderdeel c, van toepassing is, is het voorschot voor een gemeente niet hoger dan het met het door die gemeente op de onderdelen van <a href="/wet/BWBR0018238/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7, eerste lid, onderdeel o, onder 1° en 2°, van het Besluit</a>ingediende meerjaren ontwikkelingsprogramma corresponderende indicatieve rijksbijdrage.