BWBR0018516
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 8
Uitvoeringsregeling brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid
1. Het procentuele aandeel van de gemeente in de middelen voor de inburgering van oudkomers, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0018238/artikel/4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4, eerste lid, van het Besluit</a>, wordt bepaald volgens de formule
(G/H) × 2667/8000 + (I/J) × 5333/8000.
In deze formule is
G: het aantal oudkomers in de gemeente dat in 2005 en 2006 start met een inburgeringsprogramma voor oudkomers en met wie de gemeente in 2005 en 2006 een overeenkomst heeft gesloten;
H: het aantal oudkomers in de G30 dat in 2005 en 2006 start met een inburgeringsprogramma voor oudkomers en met wie in 2005 en 2006 een overeenkomst is gesloten;
I: het aantal oudkomers in de gemeente dat in 2005 met een inburgeringsprogramma voor oudkomers start en dat programma uiterlijk 31 december 2006 afrondt, alsmede het aantal oudkomers in de gemeente dat in 2006 met een inburgeringsprogramma voor oudkomers start en dat programma uiterlijk 31 december 2007 afrondt;
J: het aantal oudkomers in de G30 dat in 2005 met een inburgeringsprogramma voor oudkomers start en dat programma uiterlijk 31 december 2006 afrondt, alsmede het aantal oudkomers in de G30 dat in 2006 met een inburgeringsprogramma voor oudkomers start en dat programma uiterlijk 31 december 2007 afrondt.
2. Bij de toepassing van de formule, genoemd in het eerste lid, bedraagt bij elk van de onderdelen van de formule het aantal in aanmerking te nemen oudkomers ten hoogste het aantal oudkomers dat bij de verlening van voorschotten is betrokken.
(G/H) × 2667/8000 + (I/J) × 5333/8000.
In deze formule is
G: het aantal oudkomers in de gemeente dat in 2005 en 2006 start met een inburgeringsprogramma voor oudkomers en met wie de gemeente in 2005 en 2006 een overeenkomst heeft gesloten;
H: het aantal oudkomers in de G30 dat in 2005 en 2006 start met een inburgeringsprogramma voor oudkomers en met wie in 2005 en 2006 een overeenkomst is gesloten;
I: het aantal oudkomers in de gemeente dat in 2005 met een inburgeringsprogramma voor oudkomers start en dat programma uiterlijk 31 december 2006 afrondt, alsmede het aantal oudkomers in de gemeente dat in 2006 met een inburgeringsprogramma voor oudkomers start en dat programma uiterlijk 31 december 2007 afrondt;
J: het aantal oudkomers in de G30 dat in 2005 met een inburgeringsprogramma voor oudkomers start en dat programma uiterlijk 31 december 2006 afrondt, alsmede het aantal oudkomers in de G30 dat in 2006 met een inburgeringsprogramma voor oudkomers start en dat programma uiterlijk 31 december 2007 afrondt.
2. Bij de toepassing van de formule, genoemd in het eerste lid, bedraagt bij elk van de onderdelen van de formule het aantal in aanmerking te nemen oudkomers ten hoogste het aantal oudkomers dat bij de verlening van voorschotten is betrokken.