BWBR0018516
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 12
Uitvoeringsregeling brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid
1. De uitkering aan de gemeente Heerlen wordt verhoogd met ten hoogste € 1.500.000,– ten laste van de middelen die vanuit hoofdstuk VII van de Rijksbegroting voor het jaar 2005 ter beschikking worden gesteld ten behoeve van het project Hartslag, gericht op het verminderen van de aan harddrugs gerelateerde overlast in die gemeente.
2. Voor 1 augustus 2005 dient het college van burgemeester en wethouders van Heerlen bij de minister een aanvraag in tot de verhoging, bedoeld in het eerste lid. De aanvraag gaat vergezeld van een wijziging van het meerjaren ontwikkelingsprogramma. Daarin worden vastgelegd de in de GSB III periode te bereiken resultaten die bijdragen aan het verminderen van de aan harddrugs gerelateerde overlast, met de daarbij behorende indicatoren.
3. De minister neemt een beschikking tot verlening van de in het eerste lid bedoelde verhoging binnen acht weken na het tijdstip waarop de in het tweede lid bedoelde aanvraag is ontvangen. De verhoging wordt in zijn geheel toegedeeld aan de in het tweede lid bedoelde indicatoren.
4. De minister kan de verhoging op een lager bedrag dan € 1.500.000,– vaststellen indien de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten naar zijn oordeel daartoe aanleiding geven.
5. De minister geeft niet eerder toepassing aan het vorige lid dan nadat hij het college van burgemeester en wethouders van Heerlen heeft geïnformeerd waarom hij voornemens is daartoe over te gaan en hij het college binnen een door hem te bepalen termijn in de gelegenheid heeft gesteld een aanpassing van de wijziging van het ontwikkelingsprogramma in te zenden.
2. Voor 1 augustus 2005 dient het college van burgemeester en wethouders van Heerlen bij de minister een aanvraag in tot de verhoging, bedoeld in het eerste lid. De aanvraag gaat vergezeld van een wijziging van het meerjaren ontwikkelingsprogramma. Daarin worden vastgelegd de in de GSB III periode te bereiken resultaten die bijdragen aan het verminderen van de aan harddrugs gerelateerde overlast, met de daarbij behorende indicatoren.
3. De minister neemt een beschikking tot verlening van de in het eerste lid bedoelde verhoging binnen acht weken na het tijdstip waarop de in het tweede lid bedoelde aanvraag is ontvangen. De verhoging wordt in zijn geheel toegedeeld aan de in het tweede lid bedoelde indicatoren.
4. De minister kan de verhoging op een lager bedrag dan € 1.500.000,– vaststellen indien de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten naar zijn oordeel daartoe aanleiding geven.
5. De minister geeft niet eerder toepassing aan het vorige lid dan nadat hij het college van burgemeester en wethouders van Heerlen heeft geïnformeerd waarom hij voornemens is daartoe over te gaan en hij het college binnen een door hem te bepalen termijn in de gelegenheid heeft gesteld een aanpassing van de wijziging van het ontwikkelingsprogramma in te zenden.