BWBR0017625
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 7
Besluit spoorwegpersoneel
1. De treindienstleider met volledige bevoegdheid heeft als taak:
a. het ter beschikking stellen van veilige rijwegen;
b. het treffen van veiligheidsmaatregelen bij storingen en bij werkzaamheden aan, in of nabij de spoorweginfrastructuur, waaronder tevens begrepen het geven van aanwijzingen met betrekking tot een veilig en ongestoord gebruik van de spoorweg.
2. De treindienstleider met minimale bevoegdheid heeft als taak:
a. het ter beschikking stellen van veilige rijwegen op emplacementen of gedeelten daarvan, die niet zijn voorzien van een technische beveiliging;
b. het treffen van veiligheidsmaatregelen bij storingen en bij werkzaamheden aan, in of nabij de spoorweginfrastructuur, waaronder tevens begrepen het geven van aanwijzingen met betrekking tot een veilig en ongestoord gebruik van de spoorweg, op emplacementen of gedeelten daarvan, die niet zijn voorzien van een technische beveiliging.
a. het ter beschikking stellen van veilige rijwegen;
b. het treffen van veiligheidsmaatregelen bij storingen en bij werkzaamheden aan, in of nabij de spoorweginfrastructuur, waaronder tevens begrepen het geven van aanwijzingen met betrekking tot een veilig en ongestoord gebruik van de spoorweg.
2. De treindienstleider met minimale bevoegdheid heeft als taak:
a. het ter beschikking stellen van veilige rijwegen op emplacementen of gedeelten daarvan, die niet zijn voorzien van een technische beveiliging;
b. het treffen van veiligheidsmaatregelen bij storingen en bij werkzaamheden aan, in of nabij de spoorweginfrastructuur, waaronder tevens begrepen het geven van aanwijzingen met betrekking tot een veilig en ongestoord gebruik van de spoorweg, op emplacementen of gedeelten daarvan, die niet zijn voorzien van een technische beveiliging.