BWBR0017625
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 20
Besluit spoorwegpersoneel
1. Personen die een veiligheidsfunctie uitoefenen tonen bij een onderzoek aan dat zij voldoen aan de bij en krachtens dit besluit voor de uitoefening van de betrokken veiligheidsfunctie vastgestelde eisen inzake algemene kennis en bekwaamheid.
2. Het onderzoek omvat een theoriegedeelte en een praktijkgedeelte.
3. In afwijking van het tweede lid omvat het onderzoek van machinisten en rangeerders, in dienst van een in het buitenland gevestigde spoorwegonderneming, die hun standplaats in het buitenland hebben en die dienst doen op een traject voorbij een station als bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 15, tweede lid, slechts een theoriegedeelte.
4. Het onderzoek wordt verricht door een door Onze Minister aangewezen exameninstituut dat beschikt over de voor de examinering van personeel met een veiligheidsfunctie vereiste onafhankelijke organisatie en expertise.
5. In afwijking van het vierde lid wordt het onderzoek van machinisten met minimale bevoegdheid en rangeerders met minimale bevoegdheid verricht door een vakinhoudelijk leidinggevende als bedoeld in artikel 38, tweede lid.
6. Het onderzoek vindt plaats volgens een door het exameninstituut vastgesteld en door Onze Minister goedgekeurd examenreglement.
2. Het onderzoek omvat een theoriegedeelte en een praktijkgedeelte.
3. In afwijking van het tweede lid omvat het onderzoek van machinisten en rangeerders, in dienst van een in het buitenland gevestigde spoorwegonderneming, die hun standplaats in het buitenland hebben en die dienst doen op een traject voorbij een station als bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 15, tweede lid, slechts een theoriegedeelte.
4. Het onderzoek wordt verricht door een door Onze Minister aangewezen exameninstituut dat beschikt over de voor de examinering van personeel met een veiligheidsfunctie vereiste onafhankelijke organisatie en expertise.
5. In afwijking van het vierde lid wordt het onderzoek van machinisten met minimale bevoegdheid en rangeerders met minimale bevoegdheid verricht door een vakinhoudelijk leidinggevende als bedoeld in artikel 38, tweede lid.
6. Het onderzoek vindt plaats volgens een door het exameninstituut vastgesteld en door Onze Minister goedgekeurd examenreglement.