BWBR0017625
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 11
Besluit spoorwegpersoneel
1. Personen die bevoegd zijn tot uitoefening van de veiligheidsfunctie van machinist met volledige of beperkte bevoegdheid zijn tevens bevoegd tot uitoefening van de veiligheidsfunctie van rangeerder.
2. Personen die bevoegd zijn tot uitoefening van de veiligheidsfunctie van machinist met minimale bevoegdheid zijn tevens bevoegd tot uitoefening van de veiligheidsfunctie van rangeerder met minimale bevoegdheid.
3. Personen aan wie na 31 december 2005 de bevoegdheid tot uitoefening van de veiligheidsfunctie van werktreinbegeleider wordt toegekend, zijn tevens bevoegd tot uitoefening van de veiligheidsfunctie van rangeerder.
4. Het eerste tot en met het derde lid geldt niet voor personen, in dienst van een in het buitenland gevestigde spoorwegonderneming, die hun standplaats hebben in het buitenland, indien in het land van hun standplaats niet is voorzien in de afleiding van bevoegdheden zoals in die leden bedoeld.
2. Personen die bevoegd zijn tot uitoefening van de veiligheidsfunctie van machinist met minimale bevoegdheid zijn tevens bevoegd tot uitoefening van de veiligheidsfunctie van rangeerder met minimale bevoegdheid.
3. Personen aan wie na 31 december 2005 de bevoegdheid tot uitoefening van de veiligheidsfunctie van werktreinbegeleider wordt toegekend, zijn tevens bevoegd tot uitoefening van de veiligheidsfunctie van rangeerder.
4. Het eerste tot en met het derde lid geldt niet voor personen, in dienst van een in het buitenland gevestigde spoorwegonderneming, die hun standplaats hebben in het buitenland, indien in het land van hun standplaats niet is voorzien in de afleiding van bevoegdheden zoals in die leden bedoeld.