BWBR0017625
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 16
Besluit spoorwegpersoneel
1. Wagencontroleurs voldoen aan de door het exameninstituut bedoeld in artikel 20, vierde lid, vastgestelde en door Onze Minister goedgekeurde eisen, die ten minste betrekking hebben op:
a. algemene kennis van de inrichting en terminologie van het spoorwegsysteem en van spoorvoertuigen;
b. kennis van bij goederenwagens toegepaste bedieningssystemen alsmede kennis omtrent treinsamenstellingen;
c. kennis van regels en procedures inzake de belading van goederenwagens;
d. kennis van regels en procedures voor het vaststellen van gebreken bij voertuigonderdelen, bedieningssystemen en belading;
e. bedrevenheid in het uitvoeren van wagencontroles en remproeven, het benoemen en in de juiste stand zetten van bedieningssystemen, het benoemen van controlepunten en het toepassen van controlecriteria bij goederenwagens en lading.
2. Het eerste lid geldt niet voor wagencontroleurs, in dienst van een in het buitenland gevestigde spoorwegonderneming, die hun standplaats hebben in het buitenland, mits zij voldoen aan de in het land van hun standplaats geldende eisen betreffende de voor uitoefening van hun functie vereiste kennis en bekwaamheid.
a. algemene kennis van de inrichting en terminologie van het spoorwegsysteem en van spoorvoertuigen;
b. kennis van bij goederenwagens toegepaste bedieningssystemen alsmede kennis omtrent treinsamenstellingen;
c. kennis van regels en procedures inzake de belading van goederenwagens;
d. kennis van regels en procedures voor het vaststellen van gebreken bij voertuigonderdelen, bedieningssystemen en belading;
e. bedrevenheid in het uitvoeren van wagencontroles en remproeven, het benoemen en in de juiste stand zetten van bedieningssystemen, het benoemen van controlepunten en het toepassen van controlecriteria bij goederenwagens en lading.
2. Het eerste lid geldt niet voor wagencontroleurs, in dienst van een in het buitenland gevestigde spoorwegonderneming, die hun standplaats hebben in het buitenland, mits zij voldoen aan de in het land van hun standplaats geldende eisen betreffende de voor uitoefening van hun functie vereiste kennis en bekwaamheid.