BWBR0017625
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 44
Besluit spoorwegpersoneel
1. De bevoegdheid tot het uitoefenen van een veiligheidsfunctie als bedoeld in dit besluit of van een daaraan gelijk te stellen veiligheidsfunctie, die voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit is toegekend door een spoorwegonderneming of door degene onder wiens gezag de betrokken veiligheidsfunctie wordt uitgeoefend, blijft onverminderd het derde lid van kracht voor de duur waarvoor zij is toegekend.
2. Voorzover de toekenning van een bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid niet wordt gestaafd door de bevoegdhedenadministratie van degene onder wiens gezag de betrokken veiligheidsfunctie wordt uitgeoefend, neemt deze binnen vier maanden na de datum van inwerkingtreding van dit besluit een verklaring omtrent die bevoegdheid op in zijn bevoegdhedenadministratie.
3. Indien degene onder wiens gezag de betrokken veiligheidsfunctie wordt uitgeoefend, niet binnen vier maanden na inwerkingtreding van dit besluit heeft voldaan aan het tweede lid, vervalt de bevoegdheid tot het uitoefenen van de betrokken veiligheidsfunctie.
2. Voorzover de toekenning van een bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid niet wordt gestaafd door de bevoegdhedenadministratie van degene onder wiens gezag de betrokken veiligheidsfunctie wordt uitgeoefend, neemt deze binnen vier maanden na de datum van inwerkingtreding van dit besluit een verklaring omtrent die bevoegdheid op in zijn bevoegdhedenadministratie.
3. Indien degene onder wiens gezag de betrokken veiligheidsfunctie wordt uitgeoefend, niet binnen vier maanden na inwerkingtreding van dit besluit heeft voldaan aan het tweede lid, vervalt de bevoegdheid tot het uitoefenen van de betrokken veiligheidsfunctie.