BWBR0017625
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 15
Besluit spoorwegpersoneel
1. Rangeerders en werktreinbegeleiders voldoen aan de door het exameninstituut bedoeld in artikel 20, vierde lid, vastgestelde en door Onze Minister goedgekeurde eisen, die ten minste betrekking hebben op:
a. algemene kennis van de inrichting en terminologie van het spoorwegsysteem, van de spoorweginfrastructuur en van spoorvoertuigen;
b. kennis van seinen, seinstelsels en beveiligingssystemen;
c. kennis van regels en procedures voor het uitvoeren en begeleiden van bewegingen met spoorvoertuigen en het samenstellen van treinen, alsmede van maatregelen noodzakelijk voor de eigen veiligheid;
d. kennis van bijzondere situaties en noodprocedures;
e. bedrevenheid in het begeleiden van bewegingen van spoorvoertuigen, het daarbij in acht nemen van de eigen veiligheid en het op juiste wijze communiceren met de machinist en met de treindienstleider.
2. Het eerste lid geldt niet voor rangeerders en werktreinbegeleiders, in dienst van een in het buitenland gevestigde spoorwegonderneming, die hun standplaats hebben in het buitenland en die slechts dienst doen op het traject tussen de rijksgrens en een nabij die grens gelegen, door Onze Minister aangewezen, station, mits zij voldoen aan de in het land van hun standplaats geldende eisen betreffende de voor uitoefening van hun functie vereiste kennis en bekwaamheid.
a. algemene kennis van de inrichting en terminologie van het spoorwegsysteem, van de spoorweginfrastructuur en van spoorvoertuigen;
b. kennis van seinen, seinstelsels en beveiligingssystemen;
c. kennis van regels en procedures voor het uitvoeren en begeleiden van bewegingen met spoorvoertuigen en het samenstellen van treinen, alsmede van maatregelen noodzakelijk voor de eigen veiligheid;
d. kennis van bijzondere situaties en noodprocedures;
e. bedrevenheid in het begeleiden van bewegingen van spoorvoertuigen, het daarbij in acht nemen van de eigen veiligheid en het op juiste wijze communiceren met de machinist en met de treindienstleider.
2. Het eerste lid geldt niet voor rangeerders en werktreinbegeleiders, in dienst van een in het buitenland gevestigde spoorwegonderneming, die hun standplaats hebben in het buitenland en die slechts dienst doen op het traject tussen de rijksgrens en een nabij die grens gelegen, door Onze Minister aangewezen, station, mits zij voldoen aan de in het land van hun standplaats geldende eisen betreffende de voor uitoefening van hun functie vereiste kennis en bekwaamheid.